Home › Juridisch › Europees Hof voor de Rechten van de Mens — transgender jurisprudentie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens — transgender jurisprudentie
In de zaak Goodwin (2002) oordeelde het Hof dat het Verenigd Koninkrijk de rechten van een postoperatieve transgender vrouw schond door geen wettelijke erkenning van haar geslacht te bieden.
Goodwin v United Kingdom (2002)
In de zaak Goodwin (2002) oordeelde het Hof dat het Verenigd Koninkrijk de rechten van een postoperatieve transgender vrouw schond door geen wettelijke erkenning van haar geslacht te bieden. Deze uitspraak markeerde een ommekeer in de Europese jurisprudentie.
AP, Garçon en Nicot v France (2017)
Het Hof oordeelde dat het vereisen van sterilisatie of een onomkeerbare medische ingreep als voorwaarde voor wettelijke geslachtsverandering in strijd is met artikel 8 (recht op privéleven) van het EVRM.
X en Y v Roemenië (2021)
Het Hof veroordeelde Roemenië voor het ontbreken van een duidelijke procedure voor wettelijke geslachtswijziging.
Praktische betekenis
De arresten dwingen lidstaten van de Raad van Europa tot het bieden van een toegankelijke procedure voor erkenning van genderidentiteit zonder onevenredige medische vereisten.
Bronnen
European Court of Human Rights — Factsheet: Gender Identity Issues. echr.coe.int