Genderinfo.nl

HomeBasisinfo › Gender en seksualiteit

Gender en seksualiteit

Gender en seksualiteit zijn verwante maar onderscheiden begrippen. Seksuele oriëntatie verwijst naar op wie iemand zich aangetrokken voelt en heeft een aantoonbare biologische component die zich vroeg in de ontwikkeling vastlegt. 'Genderidentiteit' verwijst naar een innerlijk besef of iemand zich man, vrouw of iets anders voelt; dit is een theoretisch construct waarvan de wetenschappelijke basis veel zwakker is. Het is belangrijk om beide niet door elkaar te halen — niet alleen om verwarring te voorkomen, maar ook omdat de huidige praktijk in de jeugd-genderzorg homoseksuele jongeren in onevenredige mate raakt.

Het onderscheid tussen gender en seksualiteit

Seksuele oriëntatie (hetero, homo, biseksueel) beschrijft een patroon van aantrekking en heeft, voor zover de wetenschap reikt, een aanzienlijke biologische basis: tweelingstudies, prenatale-hormoononderzoek en aanhoudende patronen door de geschiedenis heen wijzen daarop. Homoseksualiteit is geen keuze of identiteit-in-de-zin-van-een-gevoel; het is een persistente eigenschap.

'Genderidentiteit' is een veel jonger en omstreden concept (zie Genderidentiteit en genderexpressie). Het is niet objectief meetbaar en berust op zelfrapportage. Wie beide begrippen op één lijn plaatst alsof ze van dezelfde aard zijn, suggereert een wetenschappelijke gelijkwaardigheid die er niet is.

Historische vermenging van gender en seksualiteit

In de negentiende eeuw werden homoseksualiteit en gendervariatie inderdaad door elkaar gehaald, in de zogenoemde 'inversie'-theorie: een homoseksuele man zou 'een vrouwelijke ziel in een mannelijk lichaam' hebben. De seksuologie heeft die vermenging in de twintigste eeuw geleidelijk opgehelderd: homoseksualiteit is geen genderkwestie maar een kwestie van seksuele oriëntatie.

Ironisch genoeg keert in het hedendaagse 'gender-affirmatieve' discours iets terug dat sterk lijkt op de oude inversie-theorie. Wanneer een masculiene meisje of een vrouwelijke jongen automatisch als 'eigenlijk trans' wordt geïnterpreteerd, wordt het oude foute schema — namelijk dat ongepast genderexpressie wijst op een 'verkeerde' lichamelijke sekse — opnieuw geactiveerd, alleen nu met medische ingrepen erbij. LHB-activisten als Bev Jackson en organisaties als de LGB Alliance hebben hier scherp tegen geprotesteerd.

Seksualiteit en transidentificatie

De relatie tussen seksuele oriëntatie en transidentificatie is bekend uit klinische literatuur. Het klassieke onderzoek van Steensma et al. (2013) liet zien dat een ruime meerderheid van kinderen met gendervariatie bij ongestoord verloop niet trans wordt maar zich ontwikkelt tot homoseksuele of biseksuele volwassenen. Vergelijkbare bevindingen komen uit eerdere studies van Zucker, Bailey en anderen.

Dit gegeven is van grote praktische betekenis. Een 'gender-affirmatieve' route bij pre-puberale kinderen met gendervariatie — sociale transitie gevolgd door puberteitsblokkers — heeft als statistisch verwacht resultaat dat een aanzienlijk deel van wat homoseksuele jongeren zouden zijn geworden, in plaats daarvan gemedicaliseerd wordt tot een gesteriliseerde 'cross-sekse'-persoon. Cliniciatoren als Susan Bradley, Kenneth Zucker en Hilary Cass hebben gewezen op de iatrogene homo-conversie-component van deze praktijk.

Bij volwassen mannen die in transitie gaan, is er een tweede patroon dat in de wetenschap is gedocumenteerd: autogynephilie, een seksuele oriëntatie waarin een man zich aangetrokken voelt tot het idee van zichzelf als vrouw (Ray Blanchard, Anne Lawrence, J. Michael Bailey). Deze hypothese is binnen het activistische discours zeer omstreden en wordt vaak onderdrukt, maar wordt in de klinische literatuur breed erkend als een reëel fenomeen.

LHBTIQ+ en de verhouding tot gender

De koppeling van transgenderactivisme aan de homorechtenbeweging onder de paraplu 'LHBTIQ+' wordt door een groeiend aantal LHB-mensen kritisch bekeken. De argumenten voor homo-rechten (gelijkheid op basis van een aangeboren oriëntatie, het recht om relaties aan te gaan met wie men wil) verschillen fundamenteel van de argumenten in het transactivisme (de plicht voor de samenleving om subjectieve genderidentificaties te erkennen, inclusief de medische lichamelijke aanpassing daaraan). Een toenemend aantal LHB-organisaties, met name de LGB Alliance in het Verenigd Koninkrijk, heeft zich juist daarom afgesplitst.

Een ander spanningsveld betreft 'cotton-ceiling'-retoriek en sociale druk binnen LHB-gemeenschappen om transgender personen als seksuele partners te aanvaarden, ongeacht biologisch geslacht. Lesbiennes in het bijzonder hebben gerapporteerd zich onder druk gezet te voelen om hun aantrekking tot vrouwen — gedefinieerd op biologische gronden — bij te stellen, op straffe van het label 'transfoob'. Dit raakt aan grondrechten op seksuele zelfbeschikking.

Zie ook