Genderinfo.nl

HomeBasisinfo › Gender in andere culturen

Gender in andere culturen

Niet-westerse culturen kennen soms sociale categorieën die buiten de man-vrouw-tweedeling vallen: two-spirit, hijra, fa'afafine, muxe, kathoey. Deze categorieën worden in het hedendaagse westerse genderdebat regelmatig aangehaald als bewijs dat 'derde genders' universeel zijn en dat ons binaire model kunstmatig is. Die voorstelling is om verschillende redenen problematisch. De genoemde categorieën zijn cultureel zeer specifiek, vaak gemarginaliseerd, en passen meestal slecht op de westerse begrippen 'transgender' of 'non-binair'.

Two-spirit in inheemse Noord-Amerikaanse culturen

'Two-spirit' is geen traditionele term maar een paraplubegrip dat in 1990 op een congres in Winnipeg werd voorgesteld. De oorspronkelijke inheemse categorieën — verschillend per natie, taal en periode — duidden meestal op specifieke ceremoniële of taakgebonden rollen, niet op een innerlijke genderidentiteit zoals in het moderne westerse discours. Sommige inheemse stemmen verzetten zich tegen de inlijving van hun tradities in het westerse LHBTI+-vocabulaire en zien dat als een vorm van culturele toe-eigening.

Hijra in Zuid-Azië

Hijra zijn in India, Pakistan en Bangladesh van oudsher een gestigmatiseerde groep, vaak verbonden aan armoede, bedelarij en sekswerk. Velen worden als jongen geboren en ondergaan rituele castratie. De juridische erkenning als 'derde geslacht' (2014) heeft hun positie deels verbeterd maar werd kritisch ontvangen door Indiase feministen, die wezen op het risico van legalisering van dwang en lichamelijke schade. Hijra romantiseren als kosmopolitisch voorbeeld van 'genderdiversiteit' miskent de zware realiteit van hun bestaan.

Fa'afafine in Samoa

Fa'afafine zijn op Samoa biologisch mannelijke personen die in vrouwelijke rollen functioneren binnen het gezin — vaak omdat een familie een tekort aan dochters heeft en zorgtaken vervuld moeten worden. De categorie is dus deels economisch en sociaal verklaarbaar, niet primair een 'identiteit'. Onderzoek van Vasey en VanderLaan suggereert een evolutionaire achtergrond verbonden aan kin-selectie. De fa'afafine-rol is niet zonder meer toepasbaar op een westerse, geïndividualiseerde transgender-identiteit.

Muxe in Mexico

Muxe onder de Zapoteken zijn opnieuw een eigen sociale categorie met eigen functies in de gemeenschap. Hun acceptatie is in westerse media gedeeltelijk uitvergroot; in werkelijkheid kennen ook zij stigma, en is de categorie sterk verbonden aan specifieke economische en familiale rollen. Etnografisch onderzoek (Lynn Stephen) beschrijft de muxe-rol veel genuanceerder dan de gangbare westerse weergave.

Kathoey in Thailand

Kathoey zijn in Thailand zichtbaar maar grotendeels gemarginaliseerd in de amusementsindustrie en de seksindustrie. De Thaise samenleving is op het oppervlak tolerant, maar juridische rechten (bijvoorbeeld een geslachtswijziging in officiële documenten) bestaan grotendeels niet. De westerse voorstelling van Thailand als 'transparadijs' is een toeristisch cliché, geen accurate beschrijving.

Westerse interpretatie en voorzichtigheid

Het wereldwijd inzetten van niet-westerse genderfenomenen als argument vóór de moderne westerse genderidentiteitstheorie is op meerdere niveaus problematisch. Ten eerste worden zeer verschillende, cultureel ingebedde fenomenen kunstmatig op één hoop gegooid. Ten tweede wordt voorbijgegaan aan het feit dat al deze categorieën doorgaans gepaard gaan met stigma, armoede en geweld. Ten derde dient de retoriek vaak een specifiek westers doel: de claim van universele validatie van een hier ontstaan begrippenapparaat.

Antropologen als Sahar Amer en David Valentine hebben gewezen op deze problemen. Ironisch genoeg roepen veel niet-westerse genderfenomenen juist het tegendeel op van wat ze worden geacht aan te tonen: namelijk dat samenlevingen biologisch geslacht altijd hebben erkend en dat afwijkende rollen meestal niet als 'derde sekse' werden gezien, maar als bijzondere posities binnen een binaire seksestructuur.

Zie ook