Home › Medisch › GnRH-agonisten
GnRH-agonisten bij genderzorg
GnRH-agonisten (gonadotropine-releasing hormoon-agonisten) zijn synthetische peptiden die de hypofyse zo sterk stimuleren dat deze ongevoelig wordt voor het lichaamseigen GnRH. Het resultaat: de productie van testosteron of oestrogeen door geslachtsklieren stopt vrijwel volledig.
Stoffen
De meest gebruikte GnRH-agonisten zijn leuproreline (Lupron, Lucrin), triptoreline (Decapeptyl, Pamorelin) en gosereline (Zoladex). Ze worden meestal toegediend als depotinjectie, met intervallen van één tot zes maanden.
Werking
GnRH wordt normaal gesproken pulsatiel afgegeven door de hypothalamus. Continue blootstelling via een agonist leidt eerst tot een korte stijging (flare-up) en daarna tot desensitisatie van de hypofyse. LH en FSH dalen, waarna de gonaden vrijwel geen geslachtshormonen meer produceren. Het effect is reversibel na stoppen.
Gebruik bij adolescenten — puberteitsblokkeerders
Binnen het oorspronkelijke Dutch Protocol krijgen jongeren met aanhoudende genderdysforie bij het begin van de puberteit (Tanner-stadium 2–3) een GnRH-agonist om de puberteit te pauzeren. De gedachte was dat dit "denktijd" geeft en latere chirurgische ingrepen vergemakkelijkt door minder uitgesproken secundaire geslachtskenmerken.
Gebruik bij volwassenen
Bij volwassen transvrouwen kunnen GnRH-agonisten een alternatief zijn voor andere anti-androgenen zoals cyproteronacetaat of spironolacton, vooral wanneer testosteronsuppressie onvoldoende is. De WPATH Standards of Care versie 8 en de Endocrine Society-richtlijn noemen GnRH-agonisten in dit kader.
Cass Review en internationale heroriëntatie
De Britse Cass Review (april 2024) concludeerde dat de bewijsbasis voor het gebruik van puberteitsblokkeerders bij jongeren met genderdysforie zwak is. De systematische reviews uitgevoerd door de Universiteit van York vonden onvoldoende bewijs voor effecten op psychisch welzijn op middellange en langere termijn. NHS England besloot in 2024 puberteitsblokkeerders niet langer routinematig voor te schrijven bij genderdysforie en deze alleen nog binnen klinisch onderzoek beschikbaar te maken.
Mogelijke bijwerkingen
Bekende bijwerkingen zijn opvliegers, vermoeidheid, stemmingsklachten, gewichtstoename en effecten op botdichtheid bij langdurig gebruik. De impact op botgroei en uiteindelijke botdichtheid bij adolescenten is onderwerp van actief onderzoek.
Bronnen
Hembree, W.C., Cohen-Kettenis, P.T., Gooren, L., et al. (2017). Endocrine Treatment of Gender-Dysphoric/Gender-Incongruent Persons: An Endocrine Society Clinical Practice Guideline. Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism, 102(11), 3869–3903. doi:10.1210/jc.2017-01658
Coleman, E., Radix, A.E., Bouman, W.P., et al. (2022). Standards of Care for the Health of Transgender and Gender Diverse People, Version 8. International Journal of Transgender Health, 23(sup1), S1–S259. doi:10.1080/26895269.2022.2100644
Cass, H. (2024). Independent Review of Gender Identity Services for Children and Young People: Final Report. cass.independent-review.uk
NHS England (2024). Implementing advice from the Cass Review. england.nhs.uk