Genderinfo.nl

HomeIdentiteiten › Intersekse

Intersekse

Intersekse — in de medische literatuur ook wel Differences of Sex Development (DSD) genoemd — is een verzamelterm voor verschillende aangeboren medische condities waarbij lichamelijke geslachtskenmerken (chromosomen, hormonen, gonaden of genitaliën) afwijken van het typische mannelijke of vrouwelijke patroon. Het gaat om biologische variaties op een binair geslachtssysteem; intersekse is uitdrukkelijk geen 'derde geslacht' en staat los van genderidentiteit en seksuele oriëntatie.

Belangrijk om vooraf vast te stellen

In het publieke debat worden intersekse-condities regelmatig — meestal door niet-betrokkenen — ingezet om te 'bewijzen' dat biologisch geslacht een spectrum zou zijn. Dat is een misvatting die binnen de medische wereld en door veel intersekse-organisaties wordt afgewezen. De voortplantingsbiologie van de mens is gebaseerd op twee gameetsystemen: kleine gameten (sperma) en grote gameten (eicellen). Daar bestaat geen 'tussen' van. DSD's zijn afwijkingen op de gangbare ontwikkelingsroute naar één van beide; ze definiëren geen extra geslacht.

De vaak geciteerde 1,7%-schatting (Anne Fausto-Sterling) is in latere wetenschappelijke literatuur stevig bekritiseerd, onder andere door Sax (2002), omdat ze condities meetelt die niet de geslachtsbepaling zelf betreffen. Een strengere, in medische kringen meer geaccepteerde schatting komt uit op rond de 0,018% — minder dan twee op de tienduizend geboorten.

Welke condities vallen eronder?

Intersekse/DSD is geen enkelvoudige aandoening, maar een verzameling. Voorbeelden zijn:

  • Klinefelter-syndroom (XXY) — chromosomaal mannelijk, met variabele fenotypische gevolgen;
  • Turner-syndroom (X0) — chromosomaal vrouwelijk, met groei- en vruchtbaarheidsproblemen;
  • Congenitale bijnierschorshyperplasie (CAH) — overproductie van androgenen, vooral relevant bij XX-individuen;
  • Androgeenongevoeligheidssyndroom (AIS) — XY-individuen wier weefsels niet op androgenen reageren;
  • 5-alpha-reductase-deficiëntie — atypische ontwikkeling van mannelijke uitwendige geslachtsorganen.

De grote meerderheid van mensen met een DSD identificeert zich vanzelf als man of als vrouw, doorgaans in lijn met het overheersende biologische signaal. Intersekse-zijn maakt iemand niet transgender en niet non-binair.

Onderscheid met transgender-discours

Intersekse is een lichamelijke conditie; transgender verwijst naar een psychologische zelfidentificatie. De twee worden in activistische bronnen vaak in één adem genoemd, maar inhoudelijk hebben ze nauwelijks raakvlak. Intersekse-organisaties verzetten zich er regelmatig tegen om hun zaak (lichamelijke integriteit van kinderen met DSD) te laten meeliften op gender-identiteitsdebatten waar zij niet om hebben gevraagd. Het door elkaar halen van beide begrippen is voor goede voorlichting onwenselijk.

Medische zorg en mensenrechten

Een langlopend debat betreft niet-noodzakelijke 'normaliserende' chirurgische ingrepen bij intersekse zuigelingen en jonge kinderen. Decennialang werden zulke ingrepen routinematig uitgevoerd om het lichaam zichtbaar in overeenstemming te brengen met een gekozen geslachtsregistratie. Intersekse-organisaties en mensenrechtenorganen, waaronder de VN, hebben deze praktijk bekritiseerd als een aantasting van lichamelijke integriteit en zelfbeschikking — juist omdat het kind zelf geen instemming kan geven. In Nederland zijn de richtlijnen aangescherpt in de richting van terughoudendheid; een wettelijk verbod ontbreekt vooralsnog.

Intersekse en identiteit

Sommige mensen met een DSD zien hun conditie als een onderdeel van wie ze zijn en spreken er openlijk over. Anderen ervaren het als een medische geschiedenis die geen identiteitsthema hoeft te zijn. Beide posities zijn legitiem. Belangrijk is dat de medische en menselijke realiteit van DSD's niet door externe partijen — bijvoorbeeld voor argumentatieve doeleinden in andere debatten — wordt geïnstrumentaliseerd.

Zie ook