1.728 procent groei: wat de cijfers van Vasterman echt zeggen
Peter Vasterman zette de officiele Nederlandse zorgcijfers naast elkaar en kwam tot een conclusie die de Amsterdamse genderkliniek liever niet hardop hoort: de zorgvraag is in tien jaar met 1.728 procent gegroeid, en dat is geen biologisch verschijnsel.
Van 289 naar 5.280 patienten
In 2012 waren 289 mensen in behandeling bij een Nederlandse genderkliniek of GGZ-instelling met dit profiel. In 2022, exact tien jaar later, waren dat er 5.280. Daar bovenop staan 5.753 mensen op de wachtlijst. Vasterman rekent voor: dat is een stijging van 1.728 procent. Geen enkele aangeboren neurologische aandoening laat zo'n curve zien. Diabetes type 1 niet, autisme niet, schizofrenie niet. Wat wel zulke curves laat zien: sociaal verspreide identiteitslabels in de adolescentie, hypes in geestelijke gezondheidszorg, en culturele besmetting via peer groups en sociale media.
De wachtlijst groeit harder dan de capaciteit
De wachtlijstcijfers zijn pas vanaf 2018 beschikbaar. Toen stonden er 1.491 mensen te wachten. Vier jaar later: 5.753. Een stijging van bijna 300 procent in vier jaar tijd. Vasterman wijst erop dat de zorginstellingen zelf deze cijfers gebruiken om te pleiten voor capaciteitsuitbreiding. Maar de logica gaat de andere kant op: hoe meer behandelcapaciteit, hoe lager de drempel, hoe groter de toestroom. De wachtlijst is geen meetinstrument van een onderliggende ziekte, het is een spiegel van een sociaal proces dat zichzelf voedt.
Driekwart meisjes — en dat is nieuw
Het meest verontrustende getal in Vastermans analyse is de geslachtsverhouding. Tussen 2012 en 2018 steeg het aantal aanmeldingen onder meisjes met 1.074 procent. Onder jongens met 493 procent. In 2018 was 75 procent van alle adolescente aanmeldingen biologisch vrouwelijk. Tot rond 2010 waren minderjarige aanmelders nog overwegend mannelijk. In acht jaar tijd kantelde dat volledig. Geen biologische conditie kantelt zo. Wel doet een sociale identiteit dat, vooral als die via platforms verspreid wordt waar tienermeisjes dominant aanwezig zijn — Tumblr, Instagram, TikTok.
De internationale parallel
Vasterman plaatst de Nederlandse cijfers naast die van het Verenigd Koninkrijk en Canada. In Engeland steeg het aantal verwijzingen naar de Tavistock-kliniek tussen 2009 en 2019 met meer dan 4.000 procent — en ook daar kantelde de geslachtsverhouding van overwegend jongens naar overwegend meisjes. In Canada hetzelfde patroon. Drie hoogontwikkelde Westerse landen, dezelfde tijdlijn, dezelfde demografische verschuiving. Een aangeboren stoornis houdt zich niet aan culturele grenzen, maar laat ook geen synchrone explosies zien in een specifieke subgroep. Een sociaal-cultureel verschijnsel doet dat wel.
Wat de cijfers niet vertellen
De officiele Nederlandse statistieken vertellen niet hoeveel van de behandelde jongeren later detransitioneren. Ze vertellen niet welk percentage met persisterende dysforie blijft en welk percentage de identiteit loslaat. Ze vertellen niet welke comorbiditeiten — autismespectrum, eetstoornissen, depressie, trauma — vooraf gingen aan de aanmelding. Ze vertellen niet hoeveel jongeren puberteitsremmers krijgen na hoeveel diagnostische sessies. Voor al die vragen ontbreekt het Nederlandse onderzoek. Wat wel beschikbaar is, is de groeicurve. En die curve is geen medisch beeld, het is een sociologisch beeld.
Waarom de cijfers ertoe doen
Vasterman is mediasocioloog, geen arts. Hij heeft geen belang bij behandeluitkomsten. Wat hij wel heeft: een vakmatige blik op hoe cijfers het publieke debat sturen. Zijn punt is dat de Nederlandse genderzorg cijfers presenteert in een frame dat geen ruimte laat voor de meest voor de hand liggende interpretatie. Een groei van 1.728 procent in tien jaar wordt gepresenteerd als "eindelijk durven mensen zich aan te melden", "destigmatisering werkt", "we hebben meer capaciteit nodig". De alternatieve interpretatie — een diagnostisch hek is omver gegaan en daarbinnen heeft een hype zich kunnen ontwikkelen — wordt in de Nederlandse vakliteratuur niet ernstig onderzocht. Vastermans verdienste is dat hij die alternatieve interpretatie weer op tafel legt, met de cijfers van de Nederlandse instellingen zelf als bewijs.