US Transgender Survey: vooral jong, non-binair en geboren als vrouw
Peter Vasterman ontleedt de voorlopige resultaten van de 2022 U.S. Transgender Survey. De cijfers laten een radicaal andere populatie zien dan de klassieke transgender-patient van twintig jaar geleden — en knallen de aangeboren-verklaring uit het water.
92.329 respondenten — de grootste survey ooit
De US Transgender Survey 2022, uitgevoerd door het National Center for Transgender Equality, is de grootste enquete onder mensen die zichzelf transgender of non-binair noemen. Het rapport telt 92.329 respondenten van 16 jaar en ouder. Vasterman gebruikt dit als uitgangspunt: een steekproef van deze omvang dwingt om de uitkomsten serieus te nemen, en de uitkomsten dwingen op hun beurt om de gangbare verhalen over wie transgender is grondig te herzien.
55 procent geboren als vrouw
Het eerste cijfer dat opvalt is de geslachtsverhouding. Vasterman: "de transgender mensen die als vrouw zijn geboren in de meerderheid zijn, namelijk 55 tegen 45 procent." Twintig jaar geleden, toen de Amsterdamse genderkliniek het Dutch Protocol uitwerkte, was de verhouding omgekeerd: jongens en mannen domineerden de klinische populatie. Die kanteling van mannelijk-dominant naar vrouwelijk-dominant zien we niet alleen in de VS — ze gebeurt overal waar zelfidentificatie meetbaar wordt. Welke aangeboren neurologische conditie wisselt binnen twee decennia van overwegend mannelijk naar overwegend vrouwelijk? Geen enkele.
38 procent noemt zich non-binair
Nog meer onthullend is de identiteits-uitsplitsing. "De categorie non-binaire identiteit maakt al 38 procent van de totale groep uit." Onder mensen die als vrouw zijn geboren is non-binair de modale identiteit: 30 procent van het totaal valt in de categorie "geboren vrouw, identificeert non-binair". Onder geboren mannen is dat 8 procent. Vier keer zo veel geboren vrouwen kiezen non-binair als geboren mannen. Vasterman wijst op de implicatie: non-binair is empirisch geen mid-positie tussen man en vrouw, maar een sterk gegenderd label — overwegend gekozen door jonge vrouwen.
43 procent is 18-24 jaar
De leeftijdsverdeling is het derde harde cijfer. 43 procent van de respondenten is tussen 18 en 24 jaar oud. Deze cohort is ongeveer drie en een half keer zo groot als de cohorten tussen 25 en 44 jaar. De groep van 45 tot 54 jaar maakt nog maar 9 procent uit — bijna vijf keer minder dan de jongste groep. Als transgender-identiteit een aangeboren, gelijkmatig verdeeld kenmerk zou zijn, zou je een vlakke leeftijdsverdeling verwachten met een lichte daling door sterfte. Wat we zien is een steile piek bij jongvolwassenen en een afgrond bij oudere cohorten. Dat is geen biologisch profiel, dat is een generatie-effect.
Jongvolwassen vrouwen, non-binair: wie zijn dit?
Combineer de drie variabelen — vrouwelijk geboren, 18 tot 24 jaar oud, non-binaire identiteit — en je krijgt de modale respondent van de US Transgender Survey. Dit is precies de demografische groep waar sociologen sinds vijftien jaar een explosie van eetstoornissen, autisme-diagnoses, depressie en angstklachten meten. Dit is de groep die op TikTok en Tumblr opgroeide met identiteits-content. Vasterman trekt deze lijn niet expliciet in dit blogpost, maar de cijfers nodigen er onontkoombaar toe uit. Wat aangeboren neurologisch verklaard zou moeten worden, blijkt empirisch een cohort-fenomeen onder jonge vrouwen in een specifiek digitaal milieu.
Tevredenheid en wat dat cijfer wel en niet zegt
Voorstanders van het zelf-identificatie-model wijzen graag op een ander cijfer uit de survey: "bijna alle respondenten die een transitie doormaakten rapporteren dat hun leven er op vooruit gegaan is." Vasterman is hier voorzichtig. Een survey die alleen mensen bevraagt die zichzelf nog steeds transgender noemen, mist per definitie de detransitioners — de groep die na transitie afhaakt of spijt heeft. Zelfrapportage in een nog-actief-trans-identiteit-stadium meet niet de uitkomst, maar de huidige stemming van de zelfselecterende respondent. Het is een belangrijk cijfer, maar geen lange-termijn-effectiviteits-bewijs.
Waarom dit relevant is voor Nederland
Vasterman koppelt de Amerikaanse cijfers expliciet aan het Nederlandse debat. De Nederlandse aanmeldingen bij genderklinieken volgen exact hetzelfde patroon: een explosieve groei sinds 2013, gedomineerd door tienermeisjes, met een opvallend hoge non-binaire en twijfelende sub-categorie. Het Dutch Protocol is ontworpen voor de oude populatie — mannelijke kinderen met sinds-de-kleutertijd-aanwezige dysforie. De huidige aanmeldingen passen niet in dat protocol. Dat doorbehandelen volgens dezelfde route ondanks die mismatch — terwijl het VK, Zweden en Finland al hebben teruggetrokken — is precies waar Vasterman al jaren tegen schrijft.
Wat de survey niet meet
De US Transgender Survey meet wie nu zegt transgender of non-binair te zijn. Ze meet niet hoeveel van deze respondenten over vijf of tien jaar nog steeds zo over zichzelf denken. Ze meet niet de comorbiditeiten — autisme, eetstoornissen, depressie, trauma — die in klinische populaties oververtegenwoordigd zijn. Ze meet niet welke percentages medisch hebben getransitioneerd en welke daarvan later detransitioneerden. Voor al die vragen ontbreekt het longitudinale onderzoek. Wat de survey wel hard maakt: de 2022-populatie die zichzelf trans noemt, is jonger, vrouwelijker en non-binairder dan welke eerdere transgender-populatie ook. Wie dat een natuurlijke biologische gegevenheid noemt, leest de cijfers niet.