Genderinfo.nl

Home › Juridisch › VN-resoluties over gender

VN-resoluties over gender

De Verenigde Naties hebben via de Mensenrechtenraad en de Algemene Vergadering meerdere resoluties aangenomen die raken aan geweld en discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en genderidentiteit (SOGI). Deze resoluties zijn niet juridisch bindend en — anders dan in Nederlandse beleidsdocumenten soms gesuggereerd — bestaat er over de term 'gender' en de erkenning van 'genderidentiteit' als beschermde grond géén mondiale consensus. Het VN-discours rond gender is politiek omstreden en het stemgedrag in Genève en New York weerspiegelt dat.

Het VN-systeem in het kort

De relevante organen zijn:

  • De Mensenrechtenraad (Human Rights Council, HRC): een intergouvernementeel orgaan dat resoluties aanneemt en rapporten bestelt.
  • Het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten (OHCHR): het secretariaat dat onderzoek doet en rapporteert.
  • De Algemene Vergadering: het plenaire orgaan met brede verklaringen.
  • Verdragscomités: toezichthoudende organen bij verdragen als het IVBPR en CEDAW.

Belangrijke resoluties van de Mensenrechtenraad

Resolutie 17/19 (2011) was de eerste VN-resolutie die expliciet aandacht vroeg voor mensenrechtenschendingen op grond van seksuele gerichtheid en genderidentiteit. De resolutie werd aangenomen met 23 stemmen voor, 19 tegen en 3 onthoudingen — bepaald geen overweldigende meerderheid. Vervolgresoluties (27/32 in 2014, 32/2 in 2016) stelden een Onafhankelijke Deskundige voor SOGI in en verlengden het mandaat. Telkens werd dit aangenomen met smalle marges en aanzienlijke oppositie van Afrikaanse, Aziatische en islamitische lidstaten. Het mandaat van de IE SOGI is geen verdragsbepaling; het kan in beginsel ook worden ingetrokken.

Meer informatie is te vinden op de website van het OHCHR.

De omstredenheid van 'gender' in VN-documenten

Het woord 'gender' is in het VN-jargon politiek geladen. Tijdens onderhandelingen over conferentieverklaringen wordt jaarlijks fors gediscussieerd over de betekenis. Twee posities staan tegenover elkaar:

  • Een uitleg waarbij 'gender' alleen verwijst naar de sociale dimensie van man en vrouw — feitelijk synoniem met 'sekse' in een sociologische context. Deze uitleg is door de VN-Algemene Vergadering bij de aanvaarding van het Statuut van Rome (1998) zelfs expliciet vastgelegd: 'the term "gender" refers to the two sexes, male and female, within the context of society.'
  • Een ruimere uitleg waarbij 'gender' ook 'genderidentiteit' omvat los van biologisch geslacht. Deze opvatting wordt aangedragen door westerse staten, NGO's en de Onafhankelijke Deskundige SOGI, maar wordt door een aanzienlijk deel van het VN-lidmaatschap niet aanvaard.

De Russische Federatie, een aantal Afrikaanse en Aziatische landen en de Heilige Stoel pleiten herhaaldelijk voor herbevestiging van de smalle definitie. In CEDAW-context bestaat eveneens een spanning: het verdrag beschermt 'vrouwen', wat door verschillende staten exclusief biologisch wordt geïnterpreteerd, terwijl het CEDAW-Comité in General Recommendations een ruimere uitleg hanteert.

Vrouwenrechten en de term 'gender'

Een belangrijk en in Nederland onderbelicht kritiekpunt komt uit feministische hoek. Toen 'gender' in de VN-context geleidelijk 'genderidentiteit' is gaan omvatten, raakten data en rechten die voorheen op 'vrouwen' (in de zin van biologische sekse) waren gericht, conceptueel vertroebeld. Een aantal feministische denkers en organisaties (DBT, Women's Declaration International, vele rapporteurs in CEDAW-context) wijst erop dat een precieze terminologie noodzakelijk is om bijvoorbeeld vrouwenbesnijdenis, moedersterfte, onbetaalde zorgarbeid en seksueel geweld op een coherente manier te kunnen blijven aanpakken.

De Onafhankelijke Deskundige SOGI

De IE SOGI rapporteert jaarlijks aan de Mensenrechtenraad en de Algemene Vergadering. De positie is niet onomstreden; bij elke mandaatverlenging worden moties ingediend om de functie af te schaffen, telkens met substantiële tegenstemmen. De inhoudelijke output van de deskundige wordt door sommige staten als beleidsvoorstellen ervaren in plaats van als mensenrechteninterpretatie.

Verdragscomités

Verdragscomités zoals het Mensenrechtencomité (ICCPR) en CEDAW doen aanbevelingen aan staten. Deze 'concluding observations' zijn niet bindend, maar worden gepresenteerd als gezaghebbende interpretatie. Een aantal staten, waaronder de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, heeft expliciet bezwaar gemaakt tegen interpretaties die de aanvankelijke verdragstekst uitbreiden.

Nederland en de VN

Nederland stemde voor de SOGI-resoluties en draagt financieel bij aan het mandaat van de IE SOGI. Tegelijk ontvangt Nederland zelf aanbevelingen van verdragscomités, bijvoorbeeld over de positie van vrouwen in arbeid en geweld tegen vrouwen — terreinen waar de vermenging van 'sekse' en 'gender' in officiële statistieken inmiddels een methodologische uitdaging vormt.

Zie ook