Home › Wetenschap & debat › Edward Jansen
Niet bevestigen is geen schade toebrengen
Door Edward Jansen
Het idee zit inmiddels overal in: wie een transgender persoon niet bevestigt in zijn identiteit, brengt schade toe. Wie twijfelt, doet kwaad. Wie er hardop anders over denkt, valt aan. Het klinkt zorgzaam en weldenkend, het wordt herhaald in beleidsstukken, op scholen, in spreekkamers en op sociale media. Maar het klopt niet, en het wordt tijd dat iemand dat gewoon zegt — niet uit hardheid, maar uit eerlijkheid.
Een mening is geen aanval
Schade toebrengen betekent iemand concreet benadelen. Iets afpakken. Iets aandoen. Een mening hebben valt daar niet onder. Een vraag stellen evenmin. En eerlijk zeggen “ik zie het anders” al helemaal niet. Toch worden die dingen steeds vaker op één hoop geveegd met schade, alsof er geen verschil bestaat tussen iemand slaan en iemand niet napraten.
Achter die vermenging zit een opvallende aanname: dat ieder mens recht heeft op de volledige, onvoorwaardelijke instemming van iedereen om hem heen. Dat recht bestaat niet. Het heeft nooit bestaan. Niemand heeft het — niet de gelovige, niet de atheist, niet de politicus, niet de buurman. We leven met mensen die er anders over denken, en dat hoort zo. Wie eist dat anderen zijn overtuiging delen op straffe van het verwijt “je beschadigt me”, vraagt niet om respect maar om onderwerping.
En let op wat die eis in de praktijk doet. Hij draait de bewijslast om. Niet degene die iets ingrijpends beweert moet dat onderbouwen, maar degene die twijfelt moet zich verantwoorden. Niet de stelling staat ter discussie, maar de persoon die de stelling niet meteen omarmt. Zo wordt een inhoudelijk meningsverschil stilletjes omgebouwd tot een morele beschuldiging — en wie beschuldigd wordt, zwijgt vaak liever dan dat hij het risico loopt voor slecht mens te worden versleten.
Wie niet vóór is, is tegen
Daar zit de kern van de redenering, en juist daar valt ze door de mand. Er blijft geen ruimte over voor nuance, voor twijfel, voor een eerlijke andere invalshoek. Wie niet meteen bevestigt, wordt automatisch in het kamp van de tegenstander gezet. Geen tussenweg, geen gesprek, geen vraag — alleen instemming of vijandschap.
Maar dat is een vals dilemma. Je kunt iemand volledig accepteren als mens en er toch anders over denken. Je kunt van iemand houden en het grondig met hem oneens zijn. Je kunt iemand met respect behandelen zonder zijn wereldbeeld over te nemen. Dat is geen tegenstrijdigheid. Dat is precies hoe volwassen mensen al eeuwen met elkaar omgaan. Wie dat onderscheid wegpoetst, maakt van elk meningsverschil een morele oorlog — en verliest uiteindelijk het vermogen om nog met iemand te praten die niet alvast gelijk heeft gekregen.
Bovendien snijdt dit mes naar twee kanten. Wie de regel hanteert dat “niet bevestigen schade is”, zou consequent ook de tegenovergestelde positie moeten erkennen: dat het afdwingen van bevestiging schade kan zijn voor wie er oprecht anders over denkt. Maar zo werkt het in de praktijk nooit. Het verwijt gaat altijd één kant op. De ene partij mag zich gekwetst voelen en daar morele macht aan ontlenen; de andere partij moet zwijgen en slikken. Dat is geen gelijkwaardig gesprek. Dat is een machtsverhouding vermomd als mededogen.
Niet bevestigen is niet hetzelfde als afwijzen
Niet bevestigen en actief afwijzen worden voortdurend door elkaar gehaald, maar het zijn twee verschillende dingen. Een ouder die vragen stelt voordat zijn kind een onomkeerbare stap zet. Een arts die onderzoek doet in plaats van klakkeloos te volgen. Een vriend die eerlijk zegt dat hij het er niet mee eens is. Een leraar die niet meteen meegaat in elke nieuwe term. Dat is geen haat. Dat zijn mensen die op hun eigen manier omgaan met iets wat voor hen nieuw, ingrijpend of moeilijk te begrijpen is. Ze keren zich niet tégen de persoon. Ze denken er anders over — en dat mag.
Sterker nog: vragen stellen is vaak juist een vorm van betrokkenheid. Wie niets om iemand geeft, knikt makkelijk mee. Het kost niets om mee te bewegen met wat populair is. Wie wél om iemand geeft, durft soms tegen te spreken, juist omdat de gevolgen ertoe doen. Het wegzetten van die betrokkenheid als “schade” is niet alleen oneerlijk, het is ronduit pervers — het straft juist de mensen die het meest bereid zijn na te denken, en het beloont degenen die kritiekloos meelopen.
Dat geldt nog scherper waar het om kinderen en jongeren gaat. Een volwassene die een onomkeerbaar besluit nuchter tegen het licht houdt, doet precies wat een volwassene hoort te doen. Het zou pas echt zorgwekkend zijn als niemand meer vragen durfde te stellen — als twijfel zelf verboden werd. Een cultuur waarin volwassenen bang zijn om “nee, wacht even” te zeggen, beschermt geen kinderen. Ze laat ze juist in de steek.
Transgender mensen ervaren het uitblijven van bevestiging vaak als afwijzing, als een aanval op wie ze zijn. Die pijn is echt en moet niet worden weggewuifd. Iemand die zich niet gezien voelt, lijdt daar werkelijk onder, en dat verdient erkenning. Maar pijn is geen bewijs van schuld. Het feit dat iets pijn doet, betekent niet dat de ander iets verkeerds heeft gedaan. Anders zou elk eerlijk woord, elke afwijkende mening, elke grens een vorm van geweld worden — en dan is er geen samenleving meer mogelijk, alleen nog een wedstrijd in wie zich het hardst gekwetst voelt.
We accepteren dat onderscheid trouwens op vrijwel elk ander terrein zonder moeite. Een kind dat zijn zin niet krijgt, lijdt pijn — maar de ouder die nee zegt, doet geen kwaad. Een sollicitant die wordt afgewezen, voelt zich gekwetst — maar de werkgever heeft geen onrecht begaan. Een verliefde die niet wordt teruggewild, heeft verdriet — maar de ander mag nee zeggen. Overal begrijpen we dat pijn en onrecht niet hetzelfde zijn. Alleen bij dit ene onderwerp wordt dat verschil plotseling weggevaagd, en moet pijn automatisch schuld bewijzen.
Tot slot
Een volwassen samenleving kan dat onderscheid maken: tussen afwijzen en niet napraten, tussen haat en twijfel, tussen pijn en onrecht. Ze kan iemand met warmte tegemoet treden en het tegelijk oneens met hem zijn. Ze kan luisteren naar verdriet zonder elk verdriet meteen om te zetten in een aanklacht.
Een samenleving die dat onderscheid opgeeft, schaft uiteindelijk het gesprek zelf af. Wat overblijft is geen begrip maar angst — angst om iets verkeerds te zeggen, angst om een vraag te stellen, angst om eerlijk te zijn. En een samenleving die bang is geworden om te spreken, heeft geen mededogen bereikt. Ze heeft het alleen het zwijgen opgelegd. Zonder eerlijk gesprek blijft er niets over om elkaar nog echt te bereiken — alleen nog de schijn van harmonie, gekocht met de stilte van iedereen die het niet meer durft te zeggen.
Bron
Edward Jansen, Niet bevestigen is geen schade toebrengen, transethiek.nl, 4 juni 2026. transethiek.nl/niet-bevestigen-is-geen-schade-toebrengen.