Home › Wetenschap & debat › Edward Jansen
De rechter als laatste toetssteen — en de richtlijnen als dekmantel
Door Edward Jansen
In het politieke debat over transgenderzorg valt één term steeds opnieuw: medisch-ethisch. Kamerleden spreken erover, zorgbestuurders beroepen zich erop, commissies worden ernaar vernoemd. Maar wat de medisch-ethische kern precies is — wie er schade lijdt, hoe die schade tot stand komt, en wie daarvoor verantwoordelijk is — blijft opvallend vaag. Het debat cirkelt om de woorden zonder de inhoud aan te raken.
De richtlijn als standaard voor zorgvuldigheid
In het Nederlandse medische recht geldt een eenvoudig principe: een zorgverlener handelt zorgvuldig als hij de geldende professionele standaard volgt. Die standaard wordt bepaald door richtlijnen — in dit geval het Dutch Protocol, de WPATH Standards of Care en de richtlijnen van de beroepsverenigingen. Een psychiater, endocrinoloog of chirurg die handelt conform deze richtlijnen, heeft juridisch gezien gedaan wat van hem verwacht mocht worden.
Dat klinkt geruststellend. Het is het tegendeel. Want de richtlijnen zelf zijn het probleem. De Cass Review (2024) concludeerde dat de wetenschappelijke onderbouwing voor puberteitsblokkeerders en cross-sex hormonen bij minderjarigen "opmerkelijk zwak" is. Zweden, Finland en Noorwegen trokken dezelfde conclusie en herzagen hun beleid. De richtlijnen die Nederlandse zorgverleners volgen, zijn niet de uitkomst van robuust bewijs — ze zijn de uitkomst van consensus binnen een vakgebied dat zichzelf jarenlang nauwelijks aan externe toetsing onderwierp.
De paradox van de rechtszaal
Stel: over vijf jaar dient een reeks rechtszaken. Jongvolwassenen die als tiener zijn behandeld, stellen dat de zorg onverantwoord was. Dat hun twijfels niet serieus zijn genomen. Dat alternatieven niet zijn besproken. Dat onomkeerbare ingrepen zijn uitgevoerd terwijl de wetenschappelijke basis ontbrak.
De rechter toetst. Aan wat? Aan de professionele standaard die gold op het moment van behandeling. En die standaard was: het Dutch Protocol, WPATH, de beroepsverenigingsrichtlijn. De zorgverlener volgde die richtlijn. De rechter stelt vast: conform de geldende standaard gehandeld. Geen aansprakelijkheid.
De richtlijn die de schade mogelijk maakte, is tegelijkertijd de vrijbrief voor wie de schade veroorzaakte. Krom als maar kan — maar juridisch kloppend.
Wat dit betekent voor de politiek
Kamerleden die spreken over "medisch-ethisch" zonder dit mechanisme te benoemen, missen de kern. De vraag is niet of transgenderzorg ethisch is in abstracto. De vraag is of de richtlijnen waarop zorgverleners zich beroepen, de toets der kritiek kunnen doorstaan — en of de politiek bereid is dat hardop te zeggen, ook als dat impliceert dat de huidige standaard ontoereikend is.
Zolang de richtlijn niet ter discussie staat, staat de zorgverlener niet ter discussie. En zolang de zorgverlener niet ter discussie staat, staat de patiënt die schade leed buiten de boot — juridisch, financieel en maatschappelijk.
Het schandaal dat geen naam krijgt
Het schandaal is niet dat zorgverleners de regels overtraden. Het schandaal is dat de regels zelf ondeugdelijk waren, dat dat al jaren bekend is uit internationale evaluaties, en dat de politiek dit weet maar de richtlijn niet durft aan te pakken omdat dat zou betekenen dat jarenlang zorg is verleend op een onvoldoende onderbouwde basis.
Dat is geen medisch-ethisch vraagstuk in de abstracte zin. Dat is een concreet juridisch en politiek probleem met concrete slachtoffers. De rechter komt er uiteindelijk aan te pas. De vraag is of de politiek dan nog kan zeggen dat ze het niet zag aankomen.