Nieuwe cohortstudie: autisme sterk oververtegenwoordigd bij genderdiverse kinderen — en de zorgtoegang is ongelijk
Een nieuwe cohortstudie in het wetenschappelijke tijdschrift Autism Research zet vraagtekens bij hoe genderklinieken omgaan met autistische kinderen en jongeren. Onderzoekers onder leiding van Erez Topaz doorzochten de medische dossiers van 786 transgender en genderdiverse kinderen en jongeren tussen de 4 en 19 jaar oud, die tussen maart 2013 en mei 2025 werden aangemeld bij een landelijk verwijscentrum voor genderzorg. De uitkomst bevestigt een patroon dat al langer opduikt in de literatuur: autisme komt bij deze groep aanzienlijk vaker voor dan in de algemene bevolking, maar de studie gaat een stap verder door te kijken naar wat dat in de praktijk betekent voor toegang tot zorg en voor psychisch welzijn.
Ander onderzoek wees al eerder uit dat autistische kenmerken vaker voorkomen bij jongeren die zich met genderdysforie melden dan bij leeftijdsgenoten in de algemene bevolking. De nieuwe studie van Topaz en collega's voegt daar iets wezenlijks aan toe: niet alleen dat autisme vaker samen met genderdiversiteit voorkomt, maar ook dat autistische jongeren binnen het genderzorgtraject zelf anders behandeld en anders bediend worden dan hun niet-autistische leeftijdsgenoten.
Zelfde mijlpalen, ongelijke toegang tot zorg
Autistische en niet-autistische genderdiverse jongeren bereikten in het onderzoek op ongeveer dezelfde leeftijd de belangrijke gender-gerelateerde mijlpalen, zoals het moment waarop ze zich voor het eerst uitspreken over hun genderidentiteit. Die ontwikkelingsgelijkenis vertaalde zich echter niet in gelijke kansen op zorg. Een hogere sociaal-economische status van het gezin hing alleen bij niet-autistische jongeren samen met eerdere toegang tot de kliniek. Bij autistische jongeren maakte een gunstiger sociaal-economische achtergrond dus geen verschil: zij liepen kennelijk tegen drempels aan die geld en opleiding van de ouders niet konden wegnemen. Dat wijst eerder op een structureel probleem in hoe genderklinieken met deze groep omgaan dan op een individueel toegangsprobleem dat met de juiste connecties op te lossen is.
Autistische meisjes: minder vaak medische transitie, meer psychische klachten
Opvallend is de uitkomst voor jongeren die bij de geboorte als meisje zijn geregistreerd en autistisch zijn: zij begonnen significant minder vaak aan medische transitiezorg dan andere groepen in het cohort, terwijl ze tegelijk een aanzienlijk zwaardere psychiatrische last droegen. Met andere woorden: juist de groep met de meeste onderliggende psychische problematiek kreeg het minst vaak toegang tot het traject dat volgens het gangbare zorgmodel bedoeld is om die problematiek te verlichten. Dat roept de vraag op of genderdysforie bij deze meisjes wel altijd los te zien is van hun autisme, en of de huidige klinische route voldoende onderscheid maakt tussen de twee — een kritiekpunt dat critici van het affirmatieve zorgmodel al langer naar voren brengen, maar dat nu ook uit dit soort cijfermatig onderzoek naar voren komt.
Onderzoekers pleiten voor autisme-expertise in genderklinieken
De onderzoekers trekken zelf een voorzichtige conclusie: genderklinieken zouden autisme-specifieke expertise moeten integreren en beter moeten samenwerken met kinderartsen, ggz-hulpverleners en ontwikkelingsspecialisten. Dat is een erkenning dat de huidige aanpak tekortschiet voor een groep die dubbel kwetsbaar is — autistisch én genderdiverse — maar het laat onbeantwoord waarom die expertise er tot nu toe onvoldoende was, en of een simpele uitbreiding van het team volstaat zolang het onderliggende model blijft uitgaan van doorverwijzing naar medische transitie als vanzelfsprekend eindpunt. Voor klinieken buiten de Verenigde Staten, waar autisme en genderdysforie eveneens vaak samen voorkomen, is dit een aansporing om verder te kijken dan alleen de leeftijd waarop een kind zich meldt, en om psychiatrische en ontwikkelingsproblematiek grondig uit te sluiten voordat een medisch traject wordt overwogen.

Edward Jansen
Redactie Genderinfo.nl
Veelgestelde vragen
Wat is de belangrijkste bevinding van de cohortstudie van Topaz e.a. (2026)?
Autistische en niet-autistische genderdiverse jongeren bereiken op vergelijkbare leeftijd dezelfde ontwikkelingsmijlpalen, maar autistische jongeren hebben structureel minder toegang tot genderzorg — een hogere sociaal-economische status van het gezin hielp alleen niet-autistische jongeren aan eerdere toegang.
Wat viel op bij autistische meisjes in het onderzoek?
Autistische jongeren die bij geboorte als meisje zijn geregistreerd, begonnen significant minder vaak aan medische transitiezorg dan andere groepen, terwijl ze tegelijk een aanzienlijk zwaardere psychiatrische last droegen.
Wat bevelen de onderzoekers aan voor genderklinieken?
Ze pleiten voor het integreren van autisme-specifieke expertise in genderklinieken en voor betere samenwerking tussen kinderartsen, ggz-hulpverleners en ontwikkelingsspecialisten, zodat autistische jongeren niet dubbel buiten de boot vallen.
Lees ook
Vanaf 13 oktober 2026 vergoedt de Amerikaanse Medicaid geen puberteitsremmers, hormonen of operaties meer voor minderjarigen met genderdysforie. Vier gezinnen in New Hampshire en een groep staten stappen naar de rechter — de zaak legt een oud geschil bloot: hoe stevig is het bewijs eigenlijk?
Een niet-collegiaal getoetst rapport, gepubliceerd onder de vlag van Yale, beweert dat de Britse Cass Review 'herhaaldelijk data misbruikt'. Het wordt inmiddels in tientallen Amerikaanse rechtszaken gebruikt — door de auteurs zelf, als betaald expert-getuige.
Eind jaren zeventig zetten artsen van de VU-genderkliniek transseksualiteit op de Nederlandse televisie. De telefoon stond roodgloeiend — maar wat bewees dat eigenlijk?