Een aantal jaren lang leek het aantal jongeren dat zich non-binair, transgender of queer noemt alleen maar te groeien. Op middelbare scholen en universiteiten in de Verenigde Staten identificeerde soms bijna één op de tien leerlingen zich als non-binair. Nieuw onderzoek laat echter zien dat die trend inmiddels stevig is omgeslagen: sinds 2023 daalt het aantal jongeren dat zich zo identificeert juist snel, in sommige gevallen tot minder dan een derde van het piekniveau.
De cijfers achter de ommekeer
Politicoloog Eric Kaufmann bracht de ontwikkeling in kaart in een rapport voor het Centre for Heterodox Social Science. Op de Amerikaanse Phillips Academy Andover noemde in 2023 nog 9,2 procent van de leerlingen zich noch man noch vrouw; twee jaar later was dat gezakt naar 3 procent. Aan Brown University identificeerde in 2022 en 2023 zo'n 5 procent van de studenten zich als non-binair, tegen 2,6 procent in 2025. Psycholoog Jean Twenge bevestigde het patroon met eigen analyses van de Cooperative Election Study, een grote doorlopende Amerikaanse enquête: onder 18- tot 22-jarigen daalt de trans- en non-binaire identificatie tussen 2021 en 2024 gestaag.
Bij homoseksuele en lesbische identificatie blijft het aandeel jongeren opvallend stabiel. De daling concentreert zich vooral bij wie zichzelf 'queer' of biseksueel noemde, en bij non-binaire en transgender identificatie in engere zin. Dat onderscheid is belangrijk: het gaat niet om een algemene terugtrekkende beweging van de hele lhbt-gemeenschap, maar specifiek om de identiteiten die de afgelopen tien jaar het snelst in populariteit wonnen.
Wat de daling niet verklaart
Kaufmann toetste een aantal voor de hand liggende verklaringen en verwierp de meeste ervan. Een algemene ruk naar conservatievere opvattingen onder jongeren blijkt de daling niet te verklaren: politieke voorkeuren verschoven in dezelfde periode veel minder sterk dan de identificatiecijfers. Ook een terugkeer naar religiositeit, een afname van 'wokeness' in brede zin of minder gebruik van sociale media bieden volgens zijn analyse geen sluitende verklaring. De trend liep grotendeels los van deze bredere maatschappelijke bewegingen.
Eén factor kreeg wel gedeeltelijke steun: de geestelijke gezondheid van jongeren, die tijdens de coronapandemie sterk verslechterde en daarna weer opknapte. Omdat identiteitszoektocht en psychische kwetsbaarheid vaak samenhangen, kan een deel van de piek samenvallen met de zwaarste jaren van de pandemie. Dat verklaart echter niet de volledige omvang van de stijging, en al helemaal niet het tempo van de daling erna.
Een trend die zich als mode gedroeg
De verklaring die volgens Kaufmann het beste bij de data past, is dat identificatie als non-binair of queer zich gedroeg als een mode-verschijnsel: een etiket dat in bepaalde sociale kringen tijdelijk aantrekkelijk en verspreidbaar werd, grotendeels los van onderliggende politieke of religieuze overtuigingen. Zo'n snelle piek gevolgd door een even snelle terugval past beter bij een sociale trend die uitdooft dan bij een stabiele, breed gedragen verschuiving in hoe jongeren zichzelf werkelijk ervaren.
Dat wijst in de richting van wat critici al langer de 'sociale besmetting'-hypothese noemen: het idee dat identificatie zich via vriendengroepen, sociale media en groepsdruk verspreidde, los van een onderliggende, stabiele genderincongruentie. Voorstanders van gendertransitiezorg hebben die hypothese lang bestreden. De scherpe stijging én de even scherpe daling, precies gesynchroniseerd met leeftijdscohorten en schoolomgevingen, maken die hypothese echter opnieuw plausibel — al blijft het, zoals Kaufmann zelf benadrukt, één interpretatie van correlationele data en geen sluitend bewijs.
Wat deze cijfers niet zeggen
De daling betekent niet dat er geen jongeren meer zijn met een oprechte, aanhoudende genderincongruentie, en evenmin dat homoseksualiteit of biseksualiteit als zodanig een modeverschijnsel zou zijn geweest — die cijfers blijven immers stabiel. Wat de data wel suggereren, is dat een aanzienlijk deel van de recente groei in non-binaire en trans-zelfidentificatie onder jongeren tijdelijk en groepsgebonden was, eerder dan een uiting van een vaststaande, onveranderlijke identiteit.
Voor beleidsmakers, scholen en clinici in de genderzorg is dat een relevant gegeven. Als een substantieel deel van de zelfidentificatie als non-binair of trans conjunctureel en sociaal beïnvloedbaar is, dan onderstreept dat des te meer waarom voorzichtige, exploratieve begeleiding — in plaats van snelle medische bevestiging — voor jongeren de verstandigste weg blijft.

Edward Jansen
Redactie Genderinfo.nl
Veelgestelde vragen
Betekent deze daling dat non-binaire identiteit nooit 'echt' was?
Nee. De cijfers laten een snelle stijging en een even snelle daling zien, vooral bij jongeren en vooral rond 2023. Dat patroon wijst eerder op een sterk sociaal beïnvloedbare trend bij een deel van de groep dan op het verdwijnen van elke onderliggende genderincongruentie. Homoseksuele en lesbische identificatie, die minder gevoelig lijkt voor mode-effecten, bleef in dezelfde periode juist stabiel.
Wat is de 'sociale besmetting'-hypothese en bevestigen deze cijfers die?
De hypothese stelt dat (non-)binaire en trans-zelfidentificatie zich onder jongeren kan verspreiden via vriendengroepen en sociale media, los van een stabiele, individuele genderincongruentie. De snelle piek en daling, gesynchroniseerd met specifieke leeftijdscohorten en schoolomgevingen, maken die hypothese aannemelijker, maar bewijzen haar niet sluitend: het blijft een interpretatie van correlationele data.
Hoe betrouwbaar zijn de onderliggende cijfers?
De analyse combineert meerdere onafhankelijke bronnen: schoolenquêtes van instellingen als Phillips Academy Andover en Brown University, en de landelijke Cooperative Election Study die politicoloog Eric Kaufmann en psycholoog Jean Twenge apart hebben geanalyseerd. Dat meerdere, methodologisch verschillende bronnen dezelfde trend laten zien, maakt toeval als verklaring minder waarschijnlijk.