Genderinfo.nl

Wie stopt met een gendertransitie, doet dat zelden om één simpele reden. Dat is de kern van de grootste enquête tot nu toe onder mensen die hun transitie afbraken of terugdraaiden: de DARE-studie (detransition analysis, representation, and exploration), gepubliceerd in april 2026 in het Journal of LGBTQ+ Mental Health. Tussen december 2023 en april 2024 vulden 957 deelnemers uit de Verenigde Staten en Canada een online vragenlijst in over hun ervaringen met stoppen of terugkeren van een sociale of medische transitie.

Wie deed er mee

De deelnemers waren overwegend wit, bij geboorte als vrouw geregistreerd en relatief jong: het merendeel was 29 jaar of jonger, met een gemiddelde leeftijd van rond de 26. Vrijwel iedereen (92%) had een sociale transitie doorgemaakt — een andere naam, andere voornaamwoorden, een andere presentatie — en 65% had ook een medische stap gezet, zoals hormonen of chirurgie. Dat onderscheid is relevant: de studie gaat niet alleen over mensen die van chirurgie spijt kregen, maar over een veel bredere groep die op enig moment een transitie in gang zette en er weer (gedeeltelijk) vanaf stapte.

Waarom mensen stoppen

De meest genoemde redenen om te stoppen waren een veranderd beeld van het eigen gender (52%), een bredere identiteitsverschuiving (47%), het uitblijven van verbetering in de mentale gezondheid (40%), het vanzelf verdwijnen van genderdysforie (41%) en ervaringen met discriminatie of afwijzing (39%). Geen van deze redenen domineert; de onderzoekers benadrukken juist dat detransitie meerdere, vaak overlappende oorzaken heeft — interne (identiteit, zelfbeeld) én externe (sociale druk, gebrek aan ondersteuning, discriminatie).

Geen rechte lijn terug

Opvallend is hoe weinig lineair dit proces verloopt. Deelnemers gebruikten gemiddeld 4,22 verschillende genderlabels in hun leven, en 42% gaf aan de transitie op enig moment te hebben hervat na een periode van stoppen. Na het stoppen identificeerde een deel zich als non-binair, een deel bleef zichzelf transgender noemen en een deel omschreef zichzelf specifiek als gedetransitioneerd — vaak in wisselende volgorde over tijd. Dat maakt detransitie in deze steekproef minder een eindpunt dan een fase in een langer, grillig traject.

Autisme en jeugdtrauma vaker aanwezig

De studie mat ook neurodiversiteit en vroege tegenslag. Van de deelnemers identificeerde 42% zich als autistisch, een aanzienlijk hoger percentage dan in de algemene bevolking. Ook de gemiddelde ACE-score (Adverse Childhood Experiences, een maat voor jeugdtrauma) lag met 4,03 fors boven het populatiegemiddelde van 1,79. De onderzoekers trekken daar geen directe causale conclusie uit, maar de cijfers onderstrepen dat de groep die stopt of terugkeert vaker kampt met onderliggende kwetsbaarheden die apart aandacht verdienen.

Wat dit betekent voor de zorg

Voor de auteurs is de belangrijkste conclusie dat 'detransitie' geen eenduidig fenomeen is dat met één verklaring — spijt, druk van buitenaf, of een verkeerde diagnose — kan worden afgedaan. Zorgverleners die uitsluitend uitgaan van een lineair pad van diagnose naar transitie naar (eventueel) spijt, missen volgens de studie de realiteit van cliënten die heen en weer bewegen tussen identiteiten, met wisselende steun en wisselende uitkomsten. Dat pleit voor begeleiding die openstaat voor die fluïditeit, in plaats van cliënten in een vast hokje te plaatsen zodra ze eenmaal een keuze hebben gemaakt.

Bron

"Gender fluidity and detransition: Results of a cross-sectional online survey of sexual and gender minorities living in the US and Canada", Journal of LGBTQ+ Mental Health, gepubliceerd online 10 april 2026 (DARE-studie).

Edward Jansen

Edward Jansen

Redactie Genderinfo.nl

Veelgestelde vragen

Hoeveel mensen deden mee aan de DARE-studie?

957 deelnemers uit de Verenigde Staten en Canada die aangaven hun transitie te hebben gestopt of teruggedraaid, ondervraagd tussen december 2023 en april 2024.

Wat zijn de belangrijkste redenen om te stoppen met een transitie?

Een veranderd beeld van het eigen gender (52%), een bredere identiteitsverschuiving (47%), uitblijvende verbetering van de mentale gezondheid (40%), het verdwijnen van genderdysforie (41%) en discriminatie (39%).

Hervatten mensen hun transitie ook weer na het stoppen?

Ja, 42% van de deelnemers gaf aan de transitie op enig moment te hebben hervat na een periode van stoppen — detransitie bleek in deze steekproef vaker een fase dan een definitief eindpunt.