Home › Jongeren › Sport en transgender jongeren
Sport en transgender jongeren
Sport is een van de weinige domeinen waar de biologische werkelijkheid van twee geslachten op een directe, meetbare manier zichtbaar is. Dat geldt voor topsport, maar — anders dan vaak gesuggereerd — ook voor jeugdsport. Een sportbeleid dat de prestatieverschillen tussen biologische jongens en meisjes negeert in naam van inclusie, doet juist de meisjes en jonge vrouwen tekort voor wie de meiden- en damescategorie ooit is gecreëerd.
Het lichaam ontwikkelt zich seksespecifiek — ook vóór de puberteit
Vaak wordt gesteld dat fysieke verschillen tussen jongens en meisjes pas bij de puberteit ontstaan. Dat klopt deels, maar niet helemaal. Ook vóór de puberteit zijn er meetbare verschillen in spiermassa, hartlongcapaciteit, hemoglobine en grof-motorische ontwikkeling, deels door pre- en postnatale androgeen-blootstelling. Tijdens en na de puberteit groeit dit verschil sterk uit: langere ledematen, grotere harten en longen, hogere spiermassa, hogere botdichtheid, hogere hemoglobinewaarden. Veel daarvan blijft behouden, ook bij latere hormoontherapie.
Wat puberteitsblokkers in deze context doen — en niet doen
Voor een biologisch mannelijke jongere die vóór de mannelijke puberteit puberteitsblokkers krijgt, ontstaan de typisch mannelijke voordelen deels niet. Dat klinkt als oplossing van een sportieve eerlijkheidsvraag — maar het is het inruilen van een sociaal eerlijkheidsprobleem voor een medisch probleem: lagere botdichtheid, verstoorde groei, gevolgen voor de seksuele ontwikkeling en vrijwel zekere doorstroming naar levenslange hormoontherapie. Een oplossing die het kind in zijn fysieke ontwikkeling permanent beschadigt is geen oplossing. Zie Puberteitsblokkeerders en Dutch Protocol.
Voor een biologische jongen die de mannelijke puberteit wél heeft doorlopen en daarna oestrogenen krijgt, geldt dat een aanzienlijk deel van de fysieke voordelen behouden blijft. Onderzoek (onder andere Hilton & Lundberg, 2021) laat zien dat 12 maanden hormoontherapie de prestatievoordelen niet wegneemt.
De belangen van meisjes en jonge vrouwen tellen ook
Meidencompetities bestaan omdat meisjes anders nauwelijks tot prestaties zouden komen tegen jongens van dezelfde leeftijd. Het zonder voorbehoud toelaten van biologische jongens — of dat nu in voetbal, rugby, wielrennen, wedstrijdzwemmen of vechtsporten is — ondermijnt de bestaansreden van die competities. Dit is geen abstracte filosofie: het is een vraag van podiumplekken, beurzen, blessurerisico's bij contactsporten en de eerlijkheid van het hele sportieve systeem voor meiden.
Veiligheid bij contactsporten
In contactsporten (rugby, voetbal, vechtsporten, hockey) speelt een extra dimensie: blessurerisico. World Rugby besloot in 2020 op grond van veiligheidsonderzoek dat transgender vrouwen niet in vrouwencompetities op elite-niveau mogen spelen. Voor jongerencompetities groeit eveneens het besef dat bescherming van meisjes tegen blessures een legitiem belang is dat zwaarder kan wegen dan een inclusiviteitsclaim.
Recreatie versus competitie
Bij puur recreatieve sportbeoefening zijn de belangen anders dan bij competitieve sport. Een kind dat meedoet aan een gymclub of een buurttoernooi heeft baat bij meedoen en plezier — en daar kunnen maatwerkoplossingen gevonden worden zonder de meiden- of jongenscategorie principieel op te heffen. Bij competitieve sport, waar plekken, titels en doorstroming naar topsport in het geding zijn, is een heldere indeling naar biologisch geslacht het eerlijkst.
Beleid in beweging
Internationale sportbonden worden steeds duidelijker. World Aquatics (zwemmen), World Athletics (atletiek), de UCI (wielrennen) en World Rugby hanteren beperkingen waarbij biologische jongens die de mannelijke puberteit hebben doorgemaakt niet in de vrouwencategorie mogen uitkomen. Nederlandse sportbonden lopen op dit punt achter, vaak onder druk van inclusiviteitsorganisaties. Een hernieuwd debat is gaande en gewenst.