Genderinfo.nl
Actueel

Klinisch psycholoog Joe Burgo: waarom jongens vandaag geen ruimte krijgen om man te worden

Man en tienerjongen zitten naast elkaar op een verandatrap en kijken elkaar aan
AI-gegenereerd

Wat maakt dat een groeiende groep pubers en jonge mannen zich niet meer thuis voelt in hun eigen lichaam, maar wel in een transgenderidentiteit? De Amerikaanse klinisch psycholoog en psychoanalyticus Joe Burgo, die vrijwel uitsluitend werkt met trans-geïdentificeerde mannen, mannen die zijn gedetransitioneerd en mannen die worstelen met autogynefilie, gaf daar in een openhartig gesprek met schrijfster Sarah Mittermaier zijn kijk op. Zijn conclusie: de cultuur heeft jongens niets meer te bieden om volwassen man te worden, en gender springt in dat gat.

Een cultuur die jongens niets meer leert

Volgens Burgo groeien jongens op met het idee dat gender volledig is aangeleerd — dat jongens en meisjes in de kern hetzelfde zijn en alleen door opvoeding van elkaar verschillen. Die opvatting is volgens hem diep doorgedrongen in scholen en in de hulpverlening: de Amerikaanse psychologenvereniging APA publiceerde in 2018 richtlijnen die mannelijkheid grotendeels als schadelijk neerzetten. Het gevolg is dat jongens die in de puberteit komen en de effecten van testosteron aan den lijve ondervinden — meer agressie, een sterkere seksuele drift, risicogedrag — leren dat die veranderingen fout of gevaarlijk zijn. Waar vroegere generaties nog rituelen, sport of jongensverenigingen hadden om die energie een plek te geven, zijn die plekken volgens Burgo grotendeels verdwenen of gemengd geworden. Er blijft weinig over om jongens te leren hun opkomende kracht te kanaliseren in plaats van te onderdrukken.

Schaamte over het eigen lichaam

Burgo ziet in zijn praktijk een terugkerend patroon: jongens die zich diep ongemakkelijk voelen bij hun eigen seksuele opwinding, bij spontane erecties, bij het simpele feit dat ze zich aangetrokken voelen tot meisjes. Ze zijn bang om als "eng" of "grensoverschrijdend" te worden gezien, en sommigen vragen zelfs om oestrogeen om van spontane erecties af te zijn. Voor jongens die toch al buiten de sociale hiërarchie van "alfamannen" vallen — onhandig, teruggetrokken, weinig succesvol bij meisjes — kan het vooruitzicht om als meisje verder te leven dan aanlokkelijk worden: een uitweg uit een lichaam en een seksualiteit waarover hun omgeving hen voortdurend een schuldgevoel aanpraat.

Twee doodlopende wegen

Mittermaier vat het in het gesprek treffend samen: jongens krijgen twee disfunctionele sjablonen aangereikt. Ofwel ze verwerpen het oordeel over mannelijkheid en radicaliseren richting figuren als Andrew Tate, ofwel ze verwerpen zichzelf en daarmee het hele idee dat ze ooit man zouden worden. Burgo benadrukt dat dit geen kwestie is van één op zichzelf staande oorzaak: bij jongens met een plotselinge, laat opkomende genderdysforie op de puberteit (ROGD) ziet hij vaak een combinatie van sociale onhandigheid, overmatig gebruik van games en pornografie, en een groeiende vervreemding van het eigen lichaam. Gender biedt dan, in zijn woorden, ineens "een uitweg" — een verklaring en een identiteit die het ongemak wegneemt zonder dat de onderliggende worsteling wordt aangepakt.

Wat dit betekent voor het bredere debat

Burgo's analyse sluit aan bij een groeiende groep klinici die genderdysforie bij jongens niet los willen zien van bredere ontwikkelingen: het wegvallen van mannelijke rolmodellen, de vlucht in schermtijd, en een cultuur die mannelijkheid eerder problematiseert dan begeleidt. Zijn pleidooi is niet dat jongens teruggeduwd moeten worden in een verouderd stramien, maar dat ze wél iets nodig hebben om naartoe te groeien: een volwassen, verantwoordelijke vorm van mannelijkheid, in plaats van enkel een lijst met dingen die ze niet mogen zijn. Een Jungiaans perspectief op genderideologie staat in het artikel De eeuwige jongen.

Nienke Vogelaar

Nienke Vogelaar

Redactie Genderinfo.nl

Veelgestelde vragen