Genderinfo.nl
Actueel

Fins onderzoek: alle negen detransitioneerders droegen een zware psychiatrische voorgeschiedenis met zich mee

Negen patiënten, negen keer een psychiatrische voorgeschiedenis die bij de start van hun genderzorg niet — of onvoldoende — aan het licht kwam. Dat is de kern van een retrospectief onderzoek van de genderkliniek van het Helsinki University Hospital, gepubliceerd in Archives of Sexual Behavior. De auteurs, onder wie psychiater Katinka Tuisku, herbeoordeelden negen mensen die tussen 2018 en 2019 een aanvraag voor detransitiezorg indienden, en troffen bij ieder van hen trauma, stemmingsstoornissen of dissociatieve klachten aan die de eerdere diagnostiek had gemist.

Wat het onderzoek deed

De onderzoekers herbeoordeelden zeven als vrouw en twee als man geboren patiënten met gestructureerde klinische interviews (SCID-I en SCID-II), aanvullend psychologisch onderzoek en een beoordeling van hechtingsstijl. Gemiddeld zat er zeven jaar tussen de oorspronkelijke diagnose genderdysforie en het moment waarop iemand zich meldde voor detransitiezorg — jaren waarin puberteitsremmers, hormonen of chirurgische ingrepen al hadden plaatsgevonden.

Wat de cijfers laten zien

Alle negen patiënten bleken naast hun genderdysforie-diagnose met minstens één andere psychiatrische aandoening te kampen: stemmingsstoornissen kwamen bij iedereen voor, angststoornissen bij twee derde en eetstoornis-symptomen bij bijna vier op de vijf. Het aandeel met een diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis liep op van 22 naar 33 procent, en bijna de helft rapporteerde psychotische symptomen. Twee derde van de groep had een voorgeschiedenis van seksueel misbruik of verkrachting, en de onderzoekers concludeerden dat bij álle negen patiënten sprake was geweest van een traumatische jeugd. Het werk- of studievermogen kelderde van 67 naar 33 procent tussen de eerste beoordeling en het moment van detransitie.

Onderscheid tussen bron en duiding

De onderzoekers zelf trekken een voorzichtige conclusie: zij pleiten voor betere screening op trauma, dissociatieve stoornissen en onderliggende psychiatrische problematiek vóórdat iemand met medische transitiezorg begint, en voor meer beschikbare psychotherapie. Dat de negen patiënten achteraf zelf moeite met het accepteren van hun vrouw- of mansschap (bij twee derde) of met hun gerichtheid op hetzelfde geslacht (bij één op de negen) als onderliggende factor noemden, onderstreept hoezeer een zuiver 'bevestigende' aanpak dat soort onderliggende vragen kan laten liggen. Dat is onze lezing van de bevindingen, niet een letterlijke conclusie van de auteurs — die spreken expliciet niet over percentages voor de hele populatie, maar over een klinisch signaal uit één kliniek.

Een kleine studie, geen klein signaal

Negen patiënten is weinig, en de auteurs erkennen dat zelf: dit is geen representatieve steekproef en er is geen controlegroep. Maar de studie sluit aan bij een breder patroon dat ook uit de grootste detransitie-studie tot nu toe naar voren kwam: spijt en terugkeer zijn zelden een rechte lijn, en de aanloop ernaartoe is vaak complexer dan de aanvankelijke diagnose deed vermoeden. Ook de constatering dat Noordse landen zelf hogere spijtcijfers melden dan lang werd aangenomen, past in dat beeld: waar zorgvuldiger wordt gemeten, duiken hogere aantallen op dan de gangbare 1-procent-mythe suggereert.

Voor wie zelf worstelt met de vraag of de eigen transitie de juiste stap was, of voor ouders die zich afvragen wat er nog meer speelt achter de genderdysforie van hun kind, bundelt transspijt.nl concrete achtergrond en verhalen over detransitie.

Bronnen

Kettula, K., Puustinen, N., Tynkkynen, L., Lempinen, L. & Tuisku, K. (2025). Gender Dysphoria and Detransitioning in Adults: An Analysis of Nine Patients from a Gender Identity Clinic from Finland. Archives of Sexual Behavior, 54(5), 1981–1990. Open access via PubMed Central: pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12162753.

Edward Jansen

Edward Jansen

Redactie Genderinfo.nl

Veelgestelde vragen

Hoeveel mensen zaten er in dit Finse onderzoek naar detransitie?

Het onderzoek volgde negen patiënten van de genderkliniek van het Helsinki University Hospital die tussen januari 2018 en december 2019 een aanvraag voor detransitiezorg indienden: zeven personen die bij de geboorte als vrouw waren geregistreerd en twee die als man waren geregistreerd.

Is een studie met negen patiënten representatief voor iedereen die detransitioneert?

Nee. Het is een kleine, retrospectieve steekproef uit één Finse kliniek, geen landelijk representatief onderzoek. Juist daarom benadrukken de onderzoekers dat de uitkomst geen percentage oplevert, maar wel een signaal is dat vraagt om systematisch vervolgonderzoek naar de psychiatrische voorgeschiedenis van detransitioneerders.

Wat bedoelen de onderzoekers met 'zwaar spijt' versus 'licht spijt'?

Zij maakten onderscheid tussen 'major regret' en 'minor regret' op basis van de mate waarin patiënten de medische transitie als foutieve keuze beoordeelden. Alle zeven als vrouw geboren patiënten vielen in de zwaarste categorie; bij de twee als man geboren patiënten was het spijtgevoel milder.