Duitse verzekeringsdata: diagnose genderdysforie bij jongeren blijkt weinig stabiel

Een grootschalige analyse van Duitse zorgverzekeringsgegevens zet vraagtekens bij het idee dat een diagnose genderdysforie bij jongeren doorgaans een blijvend gegeven is. Onderzoekers doorzochten medische declaraties van ruim 14 miljoen verzekerden tussen de 5 en 24 jaar oud, over de periode 2013 tot en met 2022, op zoek naar de diagnosecode F64 (genderidentiteitsstoornis). De resultaten, besproken door de Society for Evidence Based Gender Medicine (SEGM) op basis van een publicatie in het Duitse artsenblad Ärzteblatt, laten een diagnose zien die bij het merendeel van de jongeren weer verdwijnt binnen enkele jaren.
Achtvoudige toename, maar weinig blijvend
Het aantal F64-diagnoses onder Duitse kinderen en jongvolwassenen is in het onderzochte decennium ongeveer verachtvoudigd. Die stijging is niet gelijk verdeeld: bij meisjes in de adolescentie steeg de diagnose het hardst, met een twaalfvoudige toename sinds 2013 tot een prevalentie van 452,2 per 100.000 — omgerekend ongeveer 1 op de 221 meisjes. Bij jongvolwassenen tussen 20 en 24 jaar lag de prevalentie dichter bij elkaar: 306,4 per 100.000 bij mannen tegenover 301,5 per 100.000 bij vrouwen.
Het meest opvallende cijfer betreft echter niet de instroom, maar het verloop: van alle jongeren die ooit de diagnose F64 kregen, hield slechts 36,4 procent die diagnose vijf jaar later nog. Met andere woorden, bij bijna twee derde van de jongeren was de diagnose op de korte tot middellange termijn niet stabiel. Een Nederlandse studie naar genderidentiteit die in de adolescentie verandert, wordt besproken op transgenderidentiteit.nl. Hoe de zorg in Duitsland is geregeld, staat bij genderzorg in Duitsland.
Grote verschillen naar leeftijd en geslacht
De mate waarin de diagnose standhoudt, verschilt sterk per groep. Bij adolescente meisjes was de diagnostische stabiliteit het laagst: slechts 27,3 procent had de diagnose vijf jaar later nog. Bij jonge mannen tussen 20 en 24 jaar lag dat percentage het hoogst, op 49,7 procent — nog altijd minder dan de helft. Juist de groep die de afgelopen jaren het hardst groeide, namelijk pubermeisjes, blijkt dus ook de groep waarbij de diagnose het minst standhoudt.
De onderzoekers signaleren daarnaast een opvallende verschuiving tussen diagnosecodes: de sterke toename van F64-diagnoses gaat gepaard met een afname van diagnoses in de categorie F66 (stoornissen in de psychoseksuele ontwikkeling). Dat wijst er mogelijk op dat een deel van wat vroeger anders werd geclassificeerd, nu onder de noemer genderdysforie valt — een verschuiving in classificatie, niet per se in onderliggende problematiek.
Psychiatrische comorbiditeit als rode draad
Ruim 70 procent van de jongeren met een F64-diagnose had ook minstens één andere psychiatrische diagnose: 67 procent van de jongens en 76 procent van de meisjes. De meest voorkomende bijkomende diagnoses waren depressie, angststoornissen, een borderline persoonlijkheidsstoornis, ADHD en posttraumatische stressstoornis. Wat bekend is over de samenhang tussen ADHD en genderdysforie, staat op genderautisme.nl. Dat hoge percentage comorbiditeit voedt de vraag of genderdysforie bij een aanzienlijk deel van deze jongeren op zichzelf staat, of eerder één uiting is van bredere psychische kwetsbaarheid.
Waarom dit relevant is voor het beleidsdebat
SEGM trekt uit deze cijfers de conclusie dat een lage diagnostische stabiliteit moeilijk te rijmen is met onomkeerbare medische ingrepen op basis van diezelfde diagnose. Als bijna twee derde van de jongeren de diagnose binnen vijf jaar niet meer heeft, dan is voorzichtigheid met vroegtijdige medicalisering geen kwestie van terughoudendheid om terughoudendheid, maar een direct gevolg van wat de data laten zien. Voor Nederlandse en Belgische lezers is dit type onderzoek relevant omdat de vraag naar de stabiliteit van genderdysforie bij jongeren ook hier centraal staat in de discussie over puberteitsremmers en de leeftijd waarop met een medisch traject gestart zou moeten worden.
Edward Jansen
Redactie Genderinfo.nl