Ruim 4 op de 5 jongeren die naar het Amsterdam UMC werden verwezen, begonnen aan een medisch traject
Het Centre of Expertise on Gender Dysphoria van Amsterdam UMC (locatie VUmc) publiceerde op 9 maart 2026 in het Journal of Sex & Marital Therapy een studie over 1.470 jongeren die tussen 2009 en 2019 opeenvolgend naar de kliniek werden verwezen. De onderzoekers — Frédérique de Rooy, Femke Dekkers, Thomas Steensma, Arne Popma, Baudewijntje Kreukels en Annelou de Vries — keken naar de groep die geen gender-bevestigende medische behandeling startte, en waarom niet. Het cijfer dat daartegenover staat, zegt minstens zo veel: ruim vier op de vijf verwezen jongeren begonnen wél aan puberteitsremmers of hormonen.
1.206 van de 1.470 jongeren kregen een medische behandeling
Van de 1.470 verwezen jongeren startten er 264 — 18% — geen medisch traject. De overige 1.206, 82%, deden dat wel. Voor puberteitsremmers en hormonen is de diagnose genderdysforie nodig. Wie in deze tien jaar bij de kliniek werd aangemeld, kreeg die diagnose dus in ruim vier van de vijf gevallen, gevolgd door een medische behandeling.
Bij ongeveer 7% werd genderdysforie uitgesloten
Binnen de groep van 264 jongeren die niet startten, was de belangrijkste reden — bij 38,3% — dat er bij nader onderzoek geen genderdysforie werd vastgesteld. Omgerekend gaat het om ongeveer 100 jongeren, zo'n 7% van alle verwijzingen. Bij nog eens 27,7% van de 264 was er wel sprake van genderdysfore gevoelens, maar bleek een diagnostisch traject niet haalbaar, bijvoorbeeld omdat andere problematiek eerst aandacht vroeg of omdat de jongere zelf afhaakte. Het diagnostisch traject sloot genderdysforie dus bij ongeveer één op de veertien verwezen jongeren uit.
Wie afviel, had meer psychische klachten
De onderzoekers vergeleken de twee groepen bij de intake. Jongeren die uiteindelijk geen medische behandeling startten, rapporteerden bij aanvang minder ernstige genderdysforie en een minder negatief lichaamsbeeld dan jongeren die wel met puberteitsremmers of hormonen begonnen. Tegelijk scoorden de niet-behandelde jongeren hoger op problemen in het algemeen psychisch functioneren. Wie niet aan een medisch traject begon, was dus niet simpelweg "gezonder": de bredere psychische problematiek was groter, terwijl de specifieke genderdysfore klachten kleiner waren.
Wat dit betekent voor het Nederlandse debat
De Gezondheidsraad concludeerde in juni 2026 dat de Nederlandse transgenderzorg voor jongeren "zorgvuldig ingericht" is, met uitgebreide diagnostiek voorafgaand aan elke medische stap. Deze VUmc-studie laat zien wat die diagnostiek in de praktijk opleverde: 82% van de verwezen jongeren stroomde door naar een medische behandeling, en bij ongeveer 7% werd genderdysforie uitgesloten. Wie de uitval van 18% aanhaalt als bewijs dat de kliniek streng selecteert, moet dat cijfer naast die 82% leggen. Een verwijzing leidde in deze periode in de overgrote meerderheid van de gevallen tot puberteitsremmers of hormonen.
De groep die afviel, had bovendien juist ernstigere psychische klachten dan de groep die wel behandeld werd. Dat roept de vraag op wat er met deze jongeren gebeurt nadat het gendertraject stopt, en of zij daarna passende zorg krijgen. De studie beantwoordt die vraag niet, maar legt wel het aantal en het profiel van deze groep gedetailleerd vast.

Edward Jansen
Redactie Genderinfo.nl
Veelgestelde vragen
Hoeveel van de verwezen jongeren begonnen aan een medische behandeling?
1.206 van de 1.470 jongeren die tussen 2009 en 2019 naar de genderkliniek van Amsterdam UMC (VUmc) werden verwezen — 82% — begonnen aan puberteitsremmers of hormonen. 264 jongeren (18%) startten geen medisch traject.
Bij hoeveel jongeren werd geen genderdysforie vastgesteld?
Bij 38,3% van de 264 jongeren die niet startten, werd bij nader onderzoek geen genderdysforie vastgesteld. Dat zijn ongeveer 100 jongeren, zo'n 7% van alle 1.470 verwijzingen.
Waren de jongeren die afhaakten psychisch gezonder?
Nee. Ze rapporteerden bij intake minder ernstige genderdysforie en een minder negatief lichaamsbeeld, maar juist meer problemen in het algemeen psychisch functioneren dan de jongeren die wel een medisch traject startten.
Lees ook
President Trump draagt arts Heidi Overton voor als commissaris van de Amerikaanse geneesmiddelenautoriteit FDA. Overton schreef bij het conservatieve America First Policy Institute eerder kritische rapporten over gender-bevestigende behandelingen bij minderjarigen en over telehealth-abortuspillen. Ze moet nog door de Senaat worden bevestigd.
Het Amerikaanse Hooggerechtshof oordeelde op 30 juni 2026 met 6 tegen 3 stemmen dat Idaho en West Virginia transgender meisjes en vrouwen mogen uitsluiten van schoolsportteams voor meisjes en vrouwen. De uitspraak laat vergelijkbare wetten in 29 staten intact, maar regelt andere kwesties zoals toiletten en identiteitsdocumenten nadrukkelijk niet.