Explosieve groei van aanmeldingen

Het aantal aanmeldingen bij Nederlandse genderklinieken is sinds ongeveer 2010 sterk gestegen, met een opvallende verschuiving onder jongeren: waar zich vroeger vaker jongens meldden, zijn het nu vooral tienermeisjes, van wie een deel geen voorgeschiedenis van gendervariatie in de kindertijd heeft. Dit patroon, in de internationale literatuur beschreven als rapid-onset gender dysphoria (Littman, 2018), wordt in Nederland vooralsnog vooral verklaard als "betere zichtbaarheid", maar past internationaal in een breder beeld van sociale en mediadriven factoren.
Wat het Radboud-onderzoek vond
In 2023 publiceerde de Radboud Universiteit, samen met het Radboudumc, het rapport Mijn gender, wiens zorg? over de toename van de vraag naar transgenderzorg. Het onderzoek was een opdracht van ZonMw en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De onderzoekers stellen vast dat de zorgvraag sterk is gegroeid en dat de wachtlijsten lang zijn, ook al is het zorgaanbod flink uitgebreid. Of er ook werkelijk meer transgender personen zijn dan vroeger, konden zij met de bestaande cijfers niet vaststellen. Mediasocioloog Peter Vasterman zette cijfers op een rij; zie de stukken over de groei van de transgenderzorg sinds 2012 en over het aantal jongeren dat zich trans of genderdivers noemt.
De verklaring van zichtbaarheid
Het rapport wijst op toegenomen zichtbaarheid. Hoogleraar communicatie Enny Das zei bij de presentatie op 10 mei 2023 dat transgender personen zich meer laten zien en horen en dat er meer aandacht en erkenning is voor hun plek in de maatschappij. Daardoor herkennen anderen zich in hun ervaringen en durven zij zich eerder te uiten. Daarnaast noemen de onderzoekers minderheidsstress: de mentale last van een omgeving die genderdiversiteit niet accepteert. Volgens hen komt die hulpvraag nu bij de specialistische zorg terecht, die daar niet voor is ingericht.
De verklaring van sociale invloed
Tegenover deze lezing staat de hypothese van de Amerikaanse onderzoeker Lisa Littman. Zij beschreef in 2018 in het tijdschrift PLOS ONE jongeren bij wie de genderdysforie volgens hun ouders plotseling rond de puberteit ontstond, en opperde dat leeftijdgenoten en internet daarbij een rol spelen. De studie berust op verslagen van ouders, niet op onderzoek bij de jongeren zelf. Na kritiek beoordeelde het tijdschrift het artikel opnieuw en verscheen in maart 2019 een gecorrigeerde versie. De Finse hoogleraar psychiatrie Riittakerttu Kaltiala beschreef dat zich in haar kliniek veel meer meisjes meldden, vaak met een geschiedenis van psychische problemen.
Waarom de samenstelling van de groep ertoe doet
Het Dutch Protocol is onderzocht bij een kleine, streng geselecteerde groep. In de uitzending van Zembla van oktober 2023 stelden buitenlandse artsen dat de jongeren die zich nu aanmelden afwijken van die groep, zodat de uitkomsten van toen niet zonder meer voor hen gelden. Behandelaars van Amsterdam UMC antwoorden dat in Nederland aan elke stap uitgebreide diagnostiek voorafgaat. Meer over deze leeftijdsgroep leest u op de pagina over jongeren.
Gevolgen voor de zorg
De groei werkt door in de wachttijden. Volgens de Radboud Universiteit wachtten mensen met een gendervraag in 2022 gemiddeld twee jaar voordat een indicatie voor medische zorg kon worden gesteld. Amsterdam UMC roept sinds begin 2025 tijdelijk geen nieuwe volwassenen op voor een intake; zie het archiefstuk over de genderpoli van Amsterdam UMC. Hoe het zorgstelsel hierop reageert, staat in het stuk over wachttijden en zorgsysteem. Een overzicht van de stijging en de verschuiving naar jonge meisjes staat op transbeleid.nl, in het artikel over de toename van aanmeldingen.