1980
DSM-III: transseksualiteit wordt een psychiatrische diagnose

In 1980 verscheen de derde editie van de DSM, het handboek voor psychiatrische diagnoses van de American Psychiatric Association. Voor het eerst stonden daarin diagnoses die over genderidentiteit gingen: transseksualiteit bij adolescenten en volwassenen, en genderidentiteitsstoornis bij kinderen.
Wat de DSM-III vastlegde
De diagnose transseksualiteit vereiste een aanhoudend gevoel van onbehagen over het eigen geslacht en de wens om van de geslachtskenmerken af te komen en als iemand van het andere geslacht te leven. Voor kinderen kwam er een aparte diagnose. Beide vielen onder de psychoseksuele stoornissen.
De samenhang met homoseksualiteit
In 1973 had de American Psychiatric Association besloten homoseksualiteit niet langer als stoornis te beschouwen; over het onderscheid tussen beide gaat de pagina over gender en seksualiteit. Sommige critici stelden later dat de nieuwe diagnose voor kinderen een verkapte vervanging daarvan was. De psychologen Kenneth Zucker en Robert Spitzer, beiden betrokken bij het handboek, hebben dat in 2005 bestreden: volgens hen kwam de diagnose voort uit klinisch onderzoek dat al in de jaren zestig was begonnen.
Latere edities
In de DSM-IV uit 1994 werden de diagnoses samengevoegd tot genderidentiteitsstoornis. In 2013 verving de DSM-5 die naam door genderdysforie; zie DSM-5: genderdysforie vervangt stoornis.
Wat is de DSM
DSM staat voor Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. De eerste editie verscheen in 1952, de tweede in 1968. De derde editie, tot stand gekomen onder leiding van de psychiater Robert Spitzer, was een breuk met het verleden. Voor het eerst kreeg elke stoornis een lijst met nauwkeurig omschreven kenmerken, zodat verschillende artsen bij dezelfde patiënt tot dezelfde diagnose zouden komen. Het handboek werd daarmee ook buiten de Verenigde Staten de standaard voor onderzoek en behandeling. In Nederland wordt de DSM gebruikt naast de internationale classificatie van ziekten van de Wereldgezondheidsorganisatie, de ICD.
De ICD
De Wereldgezondheidsorganisatie had transseksualiteit al opgenomen in de negende editie van de ICD, die in 1975 werd vastgesteld. In de tiende editie uit 1990 kwam er een aparte groep genderidentiteitsstoornissen, met diagnoses voor volwassenen en voor kinderen. De twee classificaties ontwikkelden zich daarna in dezelfde richting, tot de ICD-11 de diagnose in 2019 uit het hoofdstuk over psychische stoornissen haalde.
De herziening van 1987
In de herziene derde editie, de DSM-III-R uit 1987, verhuisden de diagnoses naar de groep stoornissen die meestal in de kindertijd of de adolescentie beginnen. Er kwam ook een diagnose bij voor adolescenten en volwassenen met aanhoudend onbehagen over het eigen geslacht, maar zonder de wens tot een operatie. Daarmee erkende het handboek dat niet iedereen met deze gevoelens een volledige lichamelijke aanpassing wil. Die gedachte is later uitgewerkt in het bredere begrip genderdysforie.
Betekenis
De opname in de DSM-III viel samen met de eerste internationale behandelrichtlijn, die een jaar eerder was verschenen; zie de eerste Standards of Care. Samen gaven zij de behandeling een vaste vorm: een psychiater of psycholoog stelt de diagnose, en pas daarna volgen hormonen en eventueel een operatie. Dat stramien is in de meeste landen tientallen jaren gevolgd.
Een officiële diagnose maakte onderzoek, behandeling en vergoeding mogelijk, en gaf artsen een gezamenlijke taal. Tegelijk betekende zij dat transseksualiteit als psychische stoornis te boek stond. Die spanning tussen toegang tot zorg en stigma bepaalt de discussie over de diagnose genderdysforie tot op heden.
Bronnen
- Zucker & Spitzer — Was the Gender Identity Disorder of Childhood Diagnosis Introduced into DSM-III as a Backdoor Maneuver to Replace Homosexuality? (Journal of Sex & Marital Therapy, 2005)
- Drescher — Queer Diagnoses: Parallels and Contrasts in the History of Homosexuality, Gender Variance, and the Diagnostic and Statistical Manual (Archives of Sexual Behavior, 2010)