1985
Nederland maakt wijziging van het geslacht in de geboorteakte mogelijk

Op 1 augustus 1985 trad in Nederland een wet in werking die het mogelijk maakte de vermelding van het geslacht in de geboorteakte te wijzigen. Tot dan toe bleef iemand na een medische behandeling juridisch het geslacht houden dat bij de geboorte was vastgesteld.
Wat de wet regelde
De wet van 24 april 1985 voegde een regeling toe aan het Burgerlijk Wetboek. Wie de overtuiging had tot het andere geslacht te behoren, kon de rechtbank vragen de geboorteakte te laten wijzigen. Daarna volgden ook het paspoort en andere documenten.
De voorwaarden
De wet stelde drie eisen. De verzoeker mocht niet gehuwd zijn. Het lichaam moest aan het gewenste geslacht zijn aangepast, voor zover dat medisch en psychologisch verantwoord was. En de verzoeker mocht nooit meer in staat zijn kinderen te verwekken of te baren. Deskundigen moesten dat in een verklaring bevestigen.
Latere wijzigingen
De eis dat de verzoeker ongehuwd moest zijn verviel in 2001, toen het huwelijk werd opengesteld voor paren van gelijk geslacht. De eisen van lichamelijke aanpassing en onvruchtbaarheid bleven tot 2014 bestaan; zie de Transgenderwet van 2014.
Hoe het daarvoor was
Vóór 1985 kon iemand die een geslachtsaanpassende behandeling had ondergaan alleen proberen de geboorteakte te laten verbeteren. Rechters wezen zulke verzoeken meestal af: de akte was bij de geboorte juist opgemaakt, en van een vergissing was geen sprake. Het gevolg was dat mensen na hun behandeling papieren hadden die niet overeenkwamen met hoe zij leefden. Bij een sollicitatie, aan de grens of op het gemeentehuis moesten zij telkens hun voorgeschiedenis uitleggen. Trouwen met een partner van het voor hen andere geslacht was niet mogelijk.
Gevolgen voor huwelijk en ouderschap
De wijziging werkte alleen voor de toekomst. Bestaande banden met kinderen bleven onveranderd: wie vader was, bleef juridisch vader; zie ook de pagina over ouderschap na transitie. De eis dat de verzoeker ongehuwd moest zijn, hing samen met het toenmalige huwelijksrecht. Zonder die eis zou door de wijziging een huwelijk tussen twee mensen van hetzelfde geslacht zijn ontstaan, en dat kende de wet nog niet. Gehuwde verzoekers moesten daarom eerst scheiden. De eis van onvruchtbaarheid moest voorkomen dat iemand die juridisch man was een kind zou baren, of dat iemand die juridisch vrouw was een kind zou verwekken.
De Europese context
Zweden had in 1972 als eerste land een wettelijke regeling ingevoerd. West-Duitsland volgde in 1980 en Italië in 1982. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde in 1986 nog dat landen niet verplicht waren het nieuwe geslacht juridisch te erkennen. Dat veranderde stap voor stap: in 2002 bepaalde het Hof in de zaak Goodwin tegen het Verenigd Koninkrijk dat een land die erkenning niet mag weigeren. Meer hierover staat op de pagina over de rechtspraak van het Europees Hof.
Betekenis
De wet kwam tot stand in dezelfde jaren waarin de medische zorg in Nederland vaste vorm kreeg; zie het genderteam van de VU. Wetgever en behandelaars gingen uit van hetzelfde beeld: een kleine groep volwassenen die na een lang traject een volledige lichamelijke aanpassing onderging. De wet legde dat beeld vast in de voorwaarden.
Nederland behoorde tot de eerste Europese landen met een wettelijke regeling. De wet koppelde de juridische erkenning aan een medisch traject: zonder operatie geen nieuwe geboorteakte. Die koppeling is later losgelaten. Hoe de regeling nu werkt, staat op de pagina's over het wijzigen van de geslachtsregistratie en de Transgenderwet.