Genderinfo.nl
Actueel

Dhejne 2011 — Zweedse langetermijnstudie

De glazen Aula Medica van het Karolinska Institutet in Solna, tussen oudere bakstenen gebouwen.
Foto: Holger.Ellgaard, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

Dhejne en collega's publiceerden in 2011 in PLOS ONE een langetermijncohortstudie onder 324 transgender personen in Zweden die tussen 1973 en 2003 geslachtsbevestigende chirurgie ondergingen.

Achtergrond

Dhejne en collega's publiceerden in 2011 in PLOS ONE een langetermijncohortstudie onder 324 transgender personen in Zweden die tussen 1973 en 2003 geslachtsbevestigende chirurgie ondergingen. De studie vergeleek hen met de algemene Zweedse bevolking.

Belangrijkste bevindingen

De studie vond een verhoogde mortaliteit, verhoogd suïcide- en suïcidepogingrisico, en verhoogde psychiatrische morbiditeit ten opzichte van de algemene bevolking. De auteurs concludeerden dat geslachtsbevestigende chirurgie weliswaar de dysforie kan verlichten, maar dat aanvullende mentale gezondheidszorg essentieel blijft.

Interpretatie en debat

De studie wordt zowel aangehaald als bewijs voor blijvende kwetsbaarheid na transitie, als ter onderbouwing van uitgebreide psychosociale begeleiding. De auteurs zelf hebben benadrukt dat de studie geen causaal verband tussen chirurgie en negatieve uitkomsten aantoont, omdat een controlegroep van niet-geopereerde transpersonen ontbrak.

Opzet en cijfers

De 324 deelnemers waren 191 mensen die van man naar vrouw waren gegaan en 133 van vrouw naar man. Ieder van hen werd vergeleken met tien willekeurig gekozen Zweden van hetzelfde geboortejaar en geslacht. De sterfte in de geopereerde groep was bijna drie keer zo hoog als in de vergelijkingsgroep, en het risico op overlijden door zelfdoding ongeveer negentien keer zo hoog. Het verschil in sterfte werd pas zichtbaar na ruim tien jaar. Dat is een van de redenen waarom de studie vaak wordt genoemd: zij laat zien dat korte follow-up een vertekend beeld kan geven. De cijfers per uitkomst staan op een rij op genderrisico.nl.

Sterke punten

De kracht van de studie ligt in de Zweedse registers. Elke inwoner heeft een persoonsnummer waarmee gegevens over ziekenhuisopnamen, doodsoorzaken en veroordelingen aan elkaar kunnen worden gekoppeld. Daardoor raakte vrijwel niemand uit beeld, een probleem dat ander onderzoek op dit terrein sterk verzwakt. De looptijd van dertig jaar is in dit vakgebied uitzonderlijk.

Wat de studie niet kan zeggen

De studie vergelijkt geopereerde mensen met de algemene bevolking, niet met mensen met genderdysforie die niet zijn geopereerd. Zij kan dus niet uitmaken of de operatie de uitkomsten heeft verbeterd, verslechterd of onveranderd heeft gelaten. Wat zij wel laat zien, is dat een operatie de psychische kwetsbaarheid van deze groep niet wegneemt en dat nazorg nodig blijft. De latere Zweedse registerstudie van Bränström uit 2019 maakte die vergelijking pas na kritiek, waarna de auteurs hun conclusie moesten corrigeren. Meer over dit type onderzoek staat bij cohortstudies in transgenderzorg.

Veelgestelde vragen

Bronnen

Dhejne, C., Lichtenstein, P., Boman, M., et al. (2011). Long-Term Follow-Up of Transsexual Persons Undergoing Sex Reassignment Surgery. PLOS ONE, 6(2), e16885. doi:10.1371/journal.pone.0016885