SBU-rapport (Zweden, 2022)
Op 22 februari 2022 publiceerde het Zweedse SBU, het overheidsinstituut dat medische en sociale interventies beoordeelt, rapport 342 over hormoonbehandeling bij genderdysforie bij kinderen en jongeren. Het is een systematisch overzicht van het beschikbare onderzoek, opgesteld op verzoek van de Zweedse gezondheidsautoriteit Socialstyrelsen.
Het hoofdartikel over dit onderwerp is Genderzorg in Zweden.
Wat erin staat
SBU concludeert dat het wetenschappelijke bewijs onvoldoende is om de effecten van puberteitsremmers en geslachtshormonen op genderdysforie, psychosociale uitkomsten, cognitie en stofwisseling te beoordelen. Er is enige steun voor de bevinding dat puberteitsremmers de verwachte botontwikkeling vertragen. SBU doet zelf geen aanbevelingen en weegt risico's en voordelen niet tegen elkaar af.
Gevolgen
Die afweging maakte Socialstyrelsen. Op dezelfde dag maakte deze autoriteit bekend dat de risico's van puberteitsremmende en genderbevestigende hormoonbehandeling voor jongeren onder de achttien op dit moment zwaarder wegen dan het mogelijke nut voor de groep als geheel. Behandeling hoort volgens Socialstyrelsen binnen onderzoek plaats te vinden en kan daarbuiten alleen in uitzonderingsgevallen. De definitieve kennisondersteuning verscheen op 16 december 2022; in de tijdlijn staat dat onder Zweden beperkt hormonale behandeling van minderjarigen. Een jaar eerder had het Karolinska-ziekenhuis zijn eigen beleid al aangepast, zoals beschreven bij Karolinska 2021. Zie ook beleid per land en jongeren.
Beperkingen van het bewijs
Gerandomiseerd onderzoek met een controlegroep ontbreekt op dit terrein. Het beschikbare onderzoek bestaat uit observationele studies die deelnemers voor en na de behandeling meten. SBU kon niet vaststellen hoe vaak jongeren ervoor kiezen niet aan een behandeling te beginnen of er vrijwillig mee te stoppen. Het rapport noemt een reeks kennislacunes: een gecoördineerde Zweedse gegevensverzameling, gerandomiseerde studies, langere follow-up en onderzoek naar jongeren die met puberteitsremmers stoppen zonder door te gaan met geslachtshormonen. Het rapport diende als onderbouwing voor de herziening van de richtlijn die Socialstyrelsen in 2015 had uitgebracht.
Drie redenen van Socialstyrelsen
Socialstyrelsen gaf drie redenen voor de gewijzigde afweging. De wetenschappelijke onderbouwing van werkzaamheid en veiligheid is onzeker. De zorg is niet systematisch gevolgd en geëvalueerd, hoewel dat in 2015 was aanbevolen. En het is onbekend hoe vaak mensen later van genderidentiteit veranderen, met de behandeling stoppen of spijt krijgen. Afdelingshoofd Thomas Lindén wees er bovendien op dat het aantal diagnoses sterk is toegenomen, vooral in de leeftijd van dertien tot zeventien jaar en bij jongeren die bij geboorte als meisje zijn geregistreerd.
Betekenis voor Nederland
Het Zweedse oordeel wordt in Nederland geregeld aangehaald, onder meer in de Kamervragen over de Dutch Approach uit 2023. Hoe het rapport zich verhoudt tot andere beoordelingen staat in het artikel over systematic reviews in de genderzorg.
Bronnen
- SBU – Hormonbehandling vid könsdysfori – barn och unga (rapport 342, 22 februari 2022)
- Socialstyrelsen – Uppdaterade rekommendationer för hormonbehandling vid könsdysfori hos unga (22 februari 2022)
- Socialstyrelsen – Vård av barn och ungdomar med könsdysfori, nationellt kunskapsstöd (16 december 2022)