Genderinfo.nl
Actueel

Europees Hof voor de Rechten van de Mens — transgender jurisprudentie

De rechtszaal van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Foto: CherryX, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons

In de zaak Goodwin (2002) oordeelde het Hof dat het Verenigd Koninkrijk de rechten van een postoperatieve transgender vrouw schond door geen wettelijke erkenning van haar geslacht te bieden.

Deelonderwerpen staan in Europees Hof — overzicht trans-jurisprudentie.

Goodwin v United Kingdom (2002)

In de zaak Goodwin (2002) oordeelde het Hof dat het Verenigd Koninkrijk de rechten van een postoperatieve transgender vrouw schond door geen wettelijke erkenning van haar geslacht te bieden. Deze uitspraak markeerde een ommekeer in de Europese jurisprudentie.

AP, Garçon en Nicot v France (2017)

Het Hof oordeelde dat het vereisen van sterilisatie of een onomkeerbare medische ingreep als voorwaarde voor wettelijke geslachtsverandering in strijd is met artikel 8 (recht op privéleven) van het EVRM.

X en Y v Roemenië (2021)

Het Hof veroordeelde Roemenië voor het ontbreken van een duidelijke procedure voor wettelijke geslachtswijziging.

Praktische betekenis

De arresten dwingen lidstaten van de Raad van Europa tot het bieden van een toegankelijke procedure voor erkenning van genderidentiteit zonder onevenredige medische vereisten.

Eerdere en latere uitspraken

De lijn begon al in 1992, toen het Hof in de zaak B. tegen Frankrijk voor het eerst een schending aannam omdat een transgender vrouw haar papieren niet kon laten aanpassen. In Y.Y. tegen Turkije (2015) oordeelde het Hof dat onvruchtbaarheid geen voorwaarde mag zijn voor toestemming voor een operatie. In S.V. tegen Italië (2018) ging het om de weigering een voornaam te wijzigen zolang de operatie niet had plaatsgevonden.

Grenzen aan de bescherming

Het Hof laat staten op een aantal punten ruimte. In Hämäläinen tegen Finland (2014) vond het geen schending in de regel dat een huwelijk bij een geslachtswijziging wordt omgezet in een geregistreerd partnerschap; zie huwelijk en transitie. In O.H. en G.H. tegen Duitsland (2023) mocht Duitsland een transgender man die een kind had gebaard als moeder registreren; zie ouderschap na transitie. In Y. tegen Frankrijk (2023) oordeelde het Hof dat een staat niet verplicht is een neutrale of derde geslachtsaanduiding in te voeren. Het Hof verlangt dus dat er een procedure voor erkenning bestaat, maar schrijft zelfverklaring niet voor. Een bespreking van deze lijn, van Goodwin tot Y. tegen Frankrijk, staat op zelfidentificatie.nl, op de pagina over het Europees mensenrechtenhof.

Verhouding tot de EU

Het Hof in Straatsburg hoort bij de Raad van Europa en is iets anders dan het Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg. Dat laatste hof deed de afgelopen jaren eigen uitspraken over de erkenning van een geslachtswijziging tussen lidstaten en over de rectificatie van gegevens; zie EU-beleid en transgender rechten. De Nederlandse regeling staat bij Transgenderwet Nederland en het bredere kader bij internationale rechten.

Bronnen

European Court of Human Rights — Factsheet: Gender Identity Issues. echr.coe.int