Wachttijden en zorgsysteem

De wachttijden bij Amsterdam UMC en andere centra liepen op tot meerdere jaren. In plaats van die wachttijd te benutten voor zorgvuldige differentiaaldiagnostiek, leidde de capaciteitsdruk tot de opkomst van nieuwe, ook particuliere aanbieders. Daarmee verschoof het Nederlandse landschap juist op het moment dat in andere landen méér behoedzaamheid werd ingebouwd.
Hoe lang het wachten duurt
Volgens de Radboud Universiteit wachtten mensen met een gendervraag in 2022 gemiddeld twee jaar voordat een indicatie voor medische zorg kon worden gesteld. Ook in 2026 bedraagt de wachttijd voor een eerste gesprek nog jaren. Wat dat voor u als wachtende betekent, leest u op de pagina over wachttijden en het zorgtraject en in het stuk over jaren wachten op transgenderzorg.
De kwartiermaker en nieuwe aanbieders
In 2019 stelden het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de zorgverzekeraars een kwartiermaker aan om de wachttijden aan te pakken. Die bracht in kaart hoeveel mensen op een eerste gesprek wachtten en probeerde het aanbod te vergroten, onder meer door nieuwe aanbieders te betrekken. Een overzicht van particuliere en niet-academische klinieken staat op genderzorgen.nl, in het artikel over private genderklinieken. De capaciteit groeide daarna, maar de vraag groeide harder. Volgens de voortgangsrapportages staan veel wachtenden bij meer dan een aanbieder ingeschreven, waardoor de telling het werkelijke aantal overschat. Voor alle aanbieders geldt sinds 2019 dezelfde Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg Somatisch.
Wat het Radboud-onderzoek zegt
Het onderzoek dat de Radboud Universiteit en het Radboudumc in 2023 publiceerden, spreekt van een mismatch tussen de vraag naar en de inrichting van de transgenderzorg. Klinisch psycholoog Chris Verhaak zei dat de specialistische zorg vooral is ingericht op genderbevestigende medische behandelingen, niet op de maatschappelijke kant van de zorgvraag. Volgens de onderzoekers zouden mensen met die vragen bij de huisarts en de ggz terecht moeten kunnen, maar is de reguliere zorg daar nog niet op ingericht. Daardoor raakt de specialistische zorg overbelast. Meer over de groei van de vraag staat in het stuk over de groei van aanmeldingen.
Amsterdam UMC roept geen nieuwe volwassenen op
In januari 2025 werd bekend dat het Kennis- en Zorgcentrum Genderdysforie van Amsterdam UMC voorlopig geen nieuwe volwassenen oproept voor een intake. Minister Agema schreef op 7 maart 2025 aan de Tweede Kamer dat er formeel geen patiëntenstop is: verwijzen blijft mogelijk, en kinderen en adolescenten worden nog wel opgeroepen. Als oorzaak noemde zij het tekort aan psychologen. Het centrum belt alle wachtenden om hun zorgvraag te peilen. Ruim de helft van de gebelde volwassenen bleek al elders een vorm van zorg te hebben gehad. Zie het archiefstuk over de genderpoli van Amsterdam UMC.
Twee lezingen van hetzelfde probleem
Belangenorganisaties van transgender personen zien de wachtlijst als het grootste knelpunt en vrezen dat het debat over de onderbouwing tot verdere beperking van zorg leidt. Critici van de behandeling stellen dat druk om sneller te werken ten koste kan gaan van de diagnostiek, en dat een deel van de hulpvraag beter past bij psychische zorg dan bij een medisch traject. De Gezondheidsraad oordeelde in 2026 dat de zorg voor jongeren zorgvuldig is ingericht; zie het advies van de Gezondheidsraad. Dat advies gaat over de vraag of de zorg verantwoord is, en lost de wachttijden niet op. Wat de zorgverzekeraar vergoedt, staat bij zorgverzekering en genderzorg. Oorzaken en voorgestelde oplossingen staan op transbeleid.nl, in het artikel over wachtlijsten in de genderzorg.