Genderinfo.nl
Actueel

1975

Genderzorg krijgt een vaste plek aan de VU in Amsterdam

Zwart-witfoto uit 1970 van het VU-ziekenhuis in Amsterdam-Buitenveldert, met bouwkranen en geparkeerde auto's.
Foto: Rob Croes / Anefo, CC0, via Wikimedia Commons

Rond 1975 kreeg de zorg voor transseksuelen in Nederland een vaste plek in het ziekenhuis van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Endocrinoloog Louis Gooren werd het gezicht van het team. Uit deze polikliniek groeide het huidige Kennis- en Zorgcentrum Genderdysforie van Amsterdam UMC.

De jaren ervoor

Vanaf de jaren vijftig hielpen enkele Nederlandse artsen patiënten in stilte met hormonen en operaties. Na ophef over een operatie kwam die praktijk in 1966 vrijwel stil te liggen. In 1972 richtte een kleine groep behandelaars de Stichting Nederlands Gender Centrum op, de eerste instelling in Nederland die zich op deze zorg toelegde. Het Amsterdamse cohort, waarin alle patiënten zijn geregistreerd, begint daarom in 1972.

Het genderteam

Halverwege de jaren zeventig raakte de VU als instelling betrokken. Het team werkte multidisciplinair: psychologen en psychiaters stelden de diagnose, endocrinologen gaven hormonen en chirurgen voerden de operaties uit. Eind jaren tachtig werd Gooren hoogleraar transseksuologie, een leerstoel die nergens anders bestond.

Onderzoek en invloed

Het team publiceerde veel wetenschappelijk onderzoek en kreeg daardoor internationaal gezag. Tussen 1972 en 2015 meldden zich bijna zevenduizend mensen bij de kliniek. In 2002 kwam ook de zorg voor kinderen en jongeren, die in 1987 in Utrecht was begonnen, naar Amsterdam; zie de start van de genderzorg voor jongeren.

Hoe de behandeling was opgebouwd

De behandeling verliep in vaste fasen. Eerst volgde een diagnostische fase met gesprekken bij een psycholoog of psychiater. Daarna begon de hormoonbehandeling, in combinatie met de zogeheten real-life-fase: de patiënt leefde ten minste een jaar volledig in de gewenste rol. Pas daarna kwam een operatie in beeld. Het team besloot gezamenlijk over elke stap. Die opzet sloot aan bij de internationale Standards of Care. In 2014 is de verplichte real-life-fase uit het Amsterdamse protocol geschrapt en kwam er ruimte voor mensen die zich niet als man of vrouw identificeren.

De cijfers van het Amsterdamse cohort

Omdat vrijwel alle Nederlandse patiënten lange tijd in Amsterdam werden behandeld, beschikt het centrum over een uitzonderlijk volledige registratie. In 2018 publiceerden onderzoekers de gegevens van 6.793 mensen die zich tussen 1972 en 2015 hadden gemeld. Het aantal nieuwe aanmeldingen per jaar was in die periode ongeveer vertwintigvoudigd: van enkele tientallen rond 1980 tot bijna zevenhonderd in 2015. Van de volwassenen die een operatie aan de geslachtsklieren hadden ondergaan, meldde minder dan één procent zich later met spijt. Critici merken op dat die cijfers gaan over mensen die als volwassene en na een lang traject werden behandeld, en dat spijt gemiddeld pas na jaren aan het licht komt.

Andere centra

Naast Amsterdam bood ook het universitair ziekenhuis in Groningen al lang genderzorg. In 2020 begon het Radboudumc in Nijmegen met een eigen expertisecentrum, onder meer om de lange wachtlijsten te verkorten. Daarnaast zijn er sinds ongeveer 2015 steeds meer kleinere aanbieders buiten de universitaire centra bijgekomen, vooral voor psychologische begeleiding en hormoonbehandeling.

Betekenis

Dat Nederland later het land van het Dutch Protocol werd, hangt samen met deze vroege start. Er was een team met ervaring, een ziekenhuis dat de zorg steunde en vergoeding door de zorgverzekering. De Nederlandse geschiedenis van de transgenderzorg, tot en met de wachtlijsten van nu, is op transtijd.nl samengevat onder Nederland en de genderzorg. Meer over de huidige situatie staat op de pagina over genderzorg in Nederland.

Bronnen