Genderinfo.nl
Actueel

1987

Start van de Nederlandse genderzorg voor jongeren

Het UMC Utrecht aan de Heidelberglaan
Foto: Antoine, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons

In 1987 begon psycholoog Peggy Cohen-Kettenis in het Universitair Medisch Centrum Utrecht een polikliniek voor kinderen en jongeren met genderproblemen. Het was de eerste kliniek van dit soort in Europa. Tot dan toe was de zorg voor transseksualiteit gericht op volwassenen; jongeren moesten wachten tot ze meerderjarig waren.

Waarom een aparte kliniek voor jongeren

De gedachte achter de kliniek was dat een deel van de jongeren baat zou hebben bij vroeg ingrijpen. Wie de puberteit van het eigen geslacht volledig doormaakt, krijgt lichaamskenmerken die later moeilijk of niet meer ongedaan te maken zijn. Het team wilde onderzoeken of zorgvuldig geselecteerde jongeren eerder geholpen konden worden.

De kliniek werkte stap voor stap: eerst uitgebreide psychologische diagnostiek, daarna pas eventuele medische behandeling. Uit die werkwijze groeide in de jaren negentig het behandelmodel dat internationaal bekend werd als het Dutch Protocol.

Van Utrecht naar Amsterdam

In 2002 werd Cohen-Kettenis hoogleraar medische psychologie aan het VU medisch centrum in Amsterdam. De zorg voor kinderen en jongeren verhuisde mee en kwam daar samen met de bestaande genderzorg voor volwassenen. Het Amsterdamse centrum, nu onderdeel van Amsterdam UMC, werd het bekendste gendercentrum ter wereld.

Hoe het verder ging

De eerste jongeren bij wie de puberteit met medicijnen werd geremd, werden in de jaren negentig behandeld. De eerste wetenschappelijke beschrijving daarvan verscheen in 1998; zie de eerste publicatie over puberteitsremming. Tegenwoordig wordt de zorg voor jongeren in Nederland op meerdere plekken aangeboden, onder meer in Amsterdam, Nijmegen en Groningen, en zijn de wachttijden opgelopen tot jaren.

Wat het onderzoek bij kinderen liet zien

De Utrechtse kliniek zag zowel jonge kinderen als tieners en volgde hen over langere tijd. Uit dat onderzoek kwam een bevinding die het latere beleid sterk heeft bepaald. Bij de meeste kinderen die vóór de puberteit genderdysforie hadden, verdwenen die gevoelens in de loop van de puberteit; een groot deel van hen bleek later homoseksueel of lesbisch te zijn. Bij een kleinere groep bleef de dysforie bestaan of werd zij sterker. Daarom koos het team ervoor jonge kinderen niet medisch te behandelen en af te wachten hoe de dysforie zich rond het begin van de puberteit ontwikkelde. Wat die aanpak inhield en wat de onderzoeken naar het verdwijnen van de dysforie laten zien, staat op transtijd.nl in het artikel over watchful waiting bij genderdysforie. Alleen jongeren bij wie zij dan aanhield, kwamen voor behandeling in aanmerking. Over de precieze cijfers en over de manier waarop de kinderen destijds werden geselecteerd, wordt nog altijd gediscussieerd.

Wie is Peggy Cohen-Kettenis

Peggy Cohen-Kettenis is klinisch psycholoog en werkte in Utrecht op de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie. Zij publiceerde honderden wetenschappelijke artikelen over genderdysforie bij kinderen, jongeren en volwassenen en geldt internationaal als de grondlegger van de zorg voor jongeren. Zij werkte mee aan de internationale richtlijnen van WPATH en de Endocrine Society en aan de beschrijving van genderdysforie in de DSM-5. Daardoor vond de Nederlandse aanpak zijn weg naar de handboeken en richtlijnen die artsen wereldwijd gebruiken; zie ook de richtlijn van de Endocrine Society.

Betekenis

De Utrechtse kliniek begon met enkele aanmeldingen per jaar, vooral kinderen bij wie de genderdysforie al op jonge leeftijd was begonnen. Dat is een andere groep dan de jongeren die zich sinds ongeveer 2014 in grote aantallen aanmelden. Van de 1.470 jongeren die tussen 2009 en 2019 naar de Amsterdamse kliniek werden verwezen, begonnen ruim vier op de vijf aan een medisch traject; zie het nieuwsbericht over dat onderzoek. Dat verschil speelt een grote rol in het huidige debat over de vraag of de oorspronkelijke aanpak op de huidige groep kan worden toegepast.

Bronnen