Internationale detransitie-statistieken

Detransitie-cijfers in de literatuur lopen sterk uiteen, van minder dan 1% tot meer dan 10%.
Variatie in percentages
Detransitie-cijfers in de literatuur lopen sterk uiteen, van minder dan 1% tot meer dan 10%. De variatie wordt verklaard door verschillen in definitie (stop met hormonen vs. terugkeer in oorspronkelijke geslachtsrol vs. juridische terugkeer), follow-up-duur (kort vs. lang) en samenstelling van de onderzoekspopulatie.
Loss-to-follow-up
Cohortstudies hebben vaak hoge uitvalspercentages. Detransitioners zijn minder geneigd opnieuw contact te zoeken met de oorspronkelijke kliniek, waardoor de detransitiecijfers in klinische cohorten waarschijnlijk onderschat worden.
Recente bevindingen
Britse en Amerikaanse data uit de jaren 2020 suggereren hogere detransitiepercentages dan eerdere studies, mogelijk doordat de patiëntpopulatie sterk veranderde sinds rond 2015 (meer adolescente meisjes, meer co-occurring problematiek). Die verschuiving is ook in Nederland te zien bij de groei van het aantal aanmeldingen.
Studies met lage percentages
De Amsterdamse studie van Wiepjes uit 2018 vond spijt bij minder dan één procent van de mensen bij wie de geslachtsklieren waren verwijderd. Een Nederlandse studie uit 2022 onder 720 jongeren die met puberteitsremmers waren begonnen, vond dat 98 procent van hen die daarna hormonen kregen, die bij de laatste controle nog gebruikte. Beide studies berusten op gegevens van de kliniek zelf of op recepten, en zeggen niets over mensen die buiten beeld raakten.
Studies met hogere percentages
Een Britse studie uit 2021 onder 175 volwassenen die bij een genderkliniek waren uitgeschreven, vond dat bijna zeven procent binnen zestien maanden na de start van de behandeling was gedetransitioneerd. Een Amerikaanse studie uit 2022 onder verzekerden van het militaire zorgstelsel vond dat ongeveer dertig procent binnen vier jaar met hormonen was gestopt. Waarom zij stopten, is in die studie niet onderzocht; stoppen is niet hetzelfde als spijt. In een Zweedse studie over operaties tussen 1960 en 2010 diende 2,2 procent later een juridische aanvraag in om de transitie ongedaan te maken; dat cijfer keert terug in een overzicht van de Noordse landen.
Wat klinieken niet zien
In een enquête van Lisa Littman onder honderd detransitioners uit 2021 had maar een kwart de eigen behandelaar laten weten dat de transitie was teruggedraaid. Als dat beeld klopt, missen klinieken het grootste deel van de gevallen. Zekerheid is er pas als behandelde groepen over lange tijd en volledig worden gevolgd, wat tot nu toe nergens is gebeurd. Zie definities van detransitie en spijt, cijfers over detransitie en cohortstudies in transgenderzorg. Wat de Cass Review, de Zweedse SBU en de Nederlandse cohortstudies over spijt wel en niet aantonen, zet transtijd.nl op een rij.
Bronnen
Cass, H. (2024). Independent Review of Gender Identity Services for Children and Young People: Final Report. cass.independent-review.uk
Biggs, M. (2022). The Dutch Protocol for Juvenile Transsexuals: Origins and Evidence. Journal of Sex & Marital Therapy, 49(4), 348–368. doi:10.1080/0092623X.2022.2121238