Genderinfo.nl
Actueel

Gender bij kinderen

Kinderhand kleurt met een blauw waskrijtje een tekening in een schrift in.
Foto: Rohingya Creative Production (RCP) via Pexels

Kinderen zijn nog volop in ontwikkeling. Hun zelfbeeld, voorkeuren en lichaamsbeleving bewegen mee met de groei van hun brein, hun sociale omgeving en de fases die zij doormaken. De Cass Review noemt kindertijd, adolescentie en jongvolwassenheid dynamische ontwikkelingsperioden voor genderexpressie, cognitieve ontwikkeling en hersenrijping (bron). Voorzichtigheid is bij kinderen daarom geen ouderwetse reflex, maar een serieuze overweging.

Een kind in ontwikkeling

Volgens de Cass Review beseffen kinderen meestal rond twee à drie jaar dat zij een jongen of een meisje zijn. De genderidentiteit van een kind komt meestal overeen met het geboortegeslacht, al verschilt het tempo waarin kinderen dit beseffen en de manier waarop zij het uiten (bron). Dat een kind genderatypisch gedrag laat zien — een jongen die graag jurken draagt, een meisje dat op boomklimmen en voetbal is — komt vanaf jonge leeftijd voor. Het rapport schrijft dat sommige kinderen gedrag vertonen dat niet sterk bij hun geboortegeslacht past, maar een genderidentiteit hebben die er wel mee overeenkomt, en dat zij kunnen opgroeien tot heteroseksuele, homoseksuele of biseksuele volwassenen (zelfde bron).

De Cass Review schrijft dat er geen definitief bewijs is voor biologische oorzaken van genderincongruentie, al kan een biologische aanleg bestaan; ook psychologische, persoonlijke en sociale factoren hebben invloed op hoe genderidentiteit zich ontwikkelt (bron). Wat kinderen op de basisschool in de Week van de Lentekriebels leren, is per groep beschreven op lente-kriebels.nl.

Wat onderzoek laat zien over het verloop bij kinderen

Steensma en collega's (2013) volgden 127 adolescenten die als kind (jonger dan 12 jaar) waren aangemeld voor genderdysforie. Zij vonden dat de intensiteit van de genderdysforie in de kindertijd samenhing met het aanhouden ervan, en dat het aanhouden vaker voorkwam bij meisjes dan bij jongens (Steensma et al. (2013), PubMed). Eerdere studies lieten volgens de Cass Review zien dat bij ongeveer 15 procent van de kinderen die voor de puberteit waren aangemeld de genderincongruentie doorzette tot in de volwassenheid, en dat de meeste van deze kinderen als volwassene homoseksueel of biseksueel werden zonder transgenderidentiteit. Die eerste studies zijn bekritiseerd omdat niet alle kinderen een formele diagnose hadden; latere studies bij kinderen die wel aan de diagnostische criteria voldeden, vonden volgens hetzelfde rapport doorzettingspercentages van 10 tot 33 procent (bron).

Dit verschijnsel — bekend als desistance — hoorde bij een terughoudende, observerende benadering: ruimte geven en afwachten ("watchful waiting"). In het Verenigd Koninkrijk bleef die aanpak volgens de Cass Review in gebruik tot 2011. Het gender-affirmatieve model, dat een kind in zijn zelfverklaring direct bevestigt, is volgens het rapport inmiddels in veel landen dominant; medewerkers van de Britse kliniek GIDS lieten weten dat zij in hun praktijk een kind niet automatisch bevestigden (bron). Dat model staat internationaal onder kritiek, onder andere door de Cass Review (2024) in het Verenigd Koninkrijk. De Zweedse Socialstyrelsen beveelt sinds 2022 aan hormonale behandeling van minderjarigen in onderzoeksverband te geven en daarbuiten alleen in uitzonderlijke gevallen (bron). De Noorse onderzoekscommissie Ukom adviseerde in 2023 om puberteitsremmers en hormonale en chirurgische behandeling bij minderjarigen als experimentele behandeling aan te merken (bron). In Denemarken schreef het artsenblad Ugeskrift for Læger in 2023 dat het land een voorzichtiger benadering van hormoonbehandeling heeft ingezet (bron). Over de Finse richtlijn uit 2020 schrijft de Cass Review dat die uiterste voorzichtigheid met puberteitsremmers onder de 18 bepleit (bron).

Sociale transitie bij jonge kinderen is geen neutrale stap

Sommige ouders en hulpverleners stellen voor om een kind dat aangeeft 'eigenlijk' het andere geslacht te zijn meteen met een nieuwe naam, andere voornaamwoorden en andere kleding tegemoet te treden. De Cass Review noemt sociale transitie binnen de zorg een 'actieve interventie' (vertaald), omdat ze aanzienlijke gevolgen kan hebben voor het psychisch functioneren van het kind en voor de uitkomsten op langere termijn (bron). Volgens het rapport verschillen de opvattingen: sommigen denken dat sociale transitie de psychische gezondheid kan verbeteren, anderen dat een kind dat rond de puberteit mogelijk was gestopt met genderdysforie een ander verloop krijgt dat uitmondt in medische behandeling. De systematische review voor de Cass Review vond geen duidelijk bewijs dat sociale transitie in de kindertijd positieve of negatieve gevolgen heeft voor de psychische gezondheid. Wie eerder sociaal was getransitioneerd, ging wel vaker door naar een medische route, al is volgens het rapport uit die studies niet te zeggen of de sociale transitie dat veroorzaakte (zelfde bron).

De Cass Review wijst erop dat bij kinderen de houding en overtuigingen van ouders invloed hebben op de mogelijkheid om sociaal te transitioneren, terwijl adolescenten meer eigen regie hebben. Het rapport adviseert dat gezinnen die beslissen over een sociale transitie van een kind voor de puberteit zo vroeg mogelijk door een klinische professional met relevante ervaring worden gezien (aanbeveling 4; zelfde bron). Zie verder Sociale transitie bij kinderen.

Wat ouders en omgeving zelf kunnen doen

Het is voor ouders verleidelijk om óf alles meteen te bevestigen ("anders is het kind ongelukkig"), óf alles direct af te wijzen. Een kind heeft volwassenen nodig die luisteren en ruimte geven. De Cass Review adviseert zorgverleners gezinnen te helpen normale variatie in genderrolgedrag te herkennen, voorbarige beslissingen te vermijden en te overwegen een gedeeltelijke in plaats van een volledige transitie te kiezen, zodat opties open blijven (bron). Jongeren in de genderzorg hebben volgens de systematische review voor de Cass Review vaker bijkomende problemen, zoals autisme, ADHD, angst, depressie en eetstoornissen; het rapport vraagt dat de zorg ook die behoeften beoordeelt en aanpakt (zelfde bron). Zie ook Rol van ouders.

Genderidentiteit en seksuele oriëntatie zijn iets anders

Een kind dat genderatypisch gedrag laat zien, kan opgroeien tot een homoseksuele of biseksuele volwassene zonder genderdysforie (bron). Het is daarom belangrijk om beide niet door elkaar te halen: een gevoelige jongen of een sportief meisje is geen 'transkind in wording'. De geschiedenis van homo-emancipatie waarschuwt voor het te snel medicaliseren van wat in werkelijkheid een variatie in expressie of een latere seksuele oriëntatie is. Meer hierover staat in het artikel over homoseksuele en lesbische jongeren in het genderdebat.